Thema: Leven in eenheid met God

Het hele leven en zijnwebsite leven met god

van alle schepselen

is

een roepen en een haasten

om terug te keren 

in wie hun herkomst is.

Meister Eckhart (1260-1328),

We vervolgen de lijn van Kick Bras, die het mystieke thema eenheid uiteenlegde in 4 aspecten: eenheid met jezelf, eenheid met de ander/ met de schepping, eenheid met God, en: de eenheid beoefenen. Deze keer aandacht voor de laatste twee aspecten.

Voor mystici is God de bron, het hart en de ziel van de werkelijkheid. Vanuit éénheid met God ervaren ze éénheid met zichzelf en met anderen en/of de schepping. Zo’n eenheidservaring kan een mens soms overkomen. Kick Bras beschrijft hoe hij zelf zoiets heeft ervaren.

“ Gistermiddag tussen half drie en tien over drie. Ik zat alleen in de kamer. Ik las een boek. Ineens had God mij in zijn greep. Van binnenuit… Roerloos zat ik. Mijn hart bonsde. Ik was niet in extase. Ik keek soms rustig ergens naar. Merkte ook alles op. Maar tegelijk was ik ontgrensd, één met alles, met de totale schepping, en één lichaam met God. Nog nooit heb ik zo sterk ervaren dat dit niet-ik was...Er was in mij een heel open, betrekkelijk rustig ontzag” 

De eenheid met God kan alleen gebeuren als ‘mijn ik’ teniet gaat, zeggen de mystici, en ook Paulus zegt: ‘Niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij’ (Galaten 2 vs 20). Niet meer mijn ik: dat staat voor loslaten van bijvoorbeeld: afweermechanismen, angst, wantrouwen, eerzucht en controlebehoefte. Wie zo’n eenheidservaring toevalt, zal merken dat zo’n eenheidservaring erom vraagt om in ons leven geïntegreerd te worden, doordat we ernaar streven om op God/ Christus te lijken in zijn liefde.

Marga Haas naar aanleiding van uitspraken van Eckhart

Het citaat in de koptekst van Eckhart is aanleiding tot onderstaande overweging uit het boekje van Marga Haas (sommigen van ons kennen haar vast nog uit de mystiekserie), getiteld: “God en ik wij zijn één”. Zij heeft in dat boekje 40 van die korte stukjes n.a.v. Eckhart geschreven. Hier volgen er twee.

Uit wie ben ik geboren? Uit mijn moeder? Dat is het meest voor de hand liggende antwoord. En het is ook waar, maar het is niet de hele waarheid. Wie ik ben, ik zou zeggen: mijn wezenlijke ik, is voortgekomen, uitgestroomd uit God. Vleesgeworden, geïncarneerd in mijn lichaam, in de tijd, in de ruimte, in de wereld. Verstopt achter alles wat zichtbaar, tastbaar, waarneembaar is aan mij. Diep verborgen achter alle buitenkantigheid. Daar ligt de innerlijkste grond van mijn bestaan, een ik, waar ‘ik’ er niet meer toedoe. Ongeschapen, voortgevloeid uit God. Uit mijn moeder ben ik geboren, in God ligt mijn herkomst. Ik heb mezelf zo leren zien. Niet in één keer, als in een verblindende en tegelijk ogen openende bliksemflits. , maar geleidelijk, stap voor stap. En steeds bewuster word ik van de beweging die diep in mij verborgen ligt. Het verlangen, het trekken – of misschien wel getrokken worden. Inderdaad, het enige waar dat diepere ik naar verlangt, is een hereniging. Het reikt voortdurend naar de Bron van waaruit het voortkomt en zoekt in haar terug te keren. Thuis te komen.

Het tweede stukje gaat over de uitspraak: ‘God en ik wij zijn één.’ Het is bijna een gebed, of anders gezegd een verlangen.

Ik maak me leeg God. Ik laat alles wat me vasthoudt aan die beperkende geschapenheid los. Ik laat oordelen los, mijn zorgen, mijn angsten, mijn gekwetstheid, mijn woede, mijn trots, mijn zelfgenoegzaamheid, mijn wrok, mijn schaamte, mijn verwachtingen, mijn beelden van mezelf, van anderen en van U, mijn individualiteit. Alles wat mij maakt tot wie ik denk dat ik ben laat ik los, opdat ik kan worden wie ik werkelijk ben, Uw kind. Ik maak mij leeg, God, opdat U mij kunt vullen. Ik maak mij leeg, opdat hier, midden in de geschapenheid, ruimte ontstaat voor U en uw vrede. Vul mij dan. Vervul mij van U. Wees mij, opdat ik U ben.

Joodse mystiek

In de joodse mystiek zijn er ook vermoedens van éénheid met God. In het joodse alfabet is de letter ‘Jod’ in die mystieke visie een verwijzing naar die éénheid, zoals het bovenstaande plaatje ook laat zien. Hier ligt dus een parallel tussen joodse en christelijke mystiek.
Tot slot hier nogmaals het stukje over: ‘De eenheid beoefenen’ 

De eenheid beoefenen.

Een eenheidservaring is niet te verdienen of af te dwingen – natuurlijk niet. Maar we kunnen wel ‘de eenheid beoefenen’. - Als een geschenk ligt de eenheid als het ware te wachten, tot we haar aanvaarden. God wil zichzelf in liefde aan ons schenken, maar hij dringt zich niet op. Hij klopt aan de deur, en wij moeten opendoen. - Jezelf loslaten. Dat is niet iets eenmaligs dat is iets dagelijks: het besef, dat je niet de maat van alle dingen bent. Je eigenheid (of datgene dat je als eigenheid ervaart) kun je ten opzichte van God ‘geringschatten’ en zo stel je je beschikbaar, in dienst van God. - Omgang met God beoefenen. Dat kan in gebed, meditatie of liturgie. Dat kan betekenen, dat je je hart oprecht voor Gods aangezicht onderzoekt … 

“en uitstorte door ootmoedige gebeden en dankzeggingen….Gelijk het lichaam door spijze gevoed moet worden, zo moet ook de ziel dagelijks haar geestelijk voedsel en verkwikking hebben, of zij zal verzwakken in het geloof en verminderen in het gevoelen van de genade van God” . (Th. Á Brakel, (1608-1669)

Het gaat er daarbij om niet in woorden gedachten te blijven steken, maar stil te worden in het besef één te mogen zijn met Hem die in alles aanwezig is, ook in jouw diepste wezen. Ook in moeilijke tijden kun je je hierin oefenen, juist dan. - Leven in liefde. Praktischer: Loop rond met mededogen en help wie het moeilijk heeft.

Rob Boersma en Annemarie van Wijngaarden

primi sui motori con e-max.it
Onze nieuwsbrief >