Thema: Leven in aandacht

uw wil geschiede

 De serie van 6 meditatieavonden met de titel ‘Levenslessen uit de Christelijke mystiek’ start met het thema ‘Leven in aandacht’.

Wat is er voor nodig om echt aandacht voor een ander te hebben. Zo komen we indirect onze eigen meditatieve gesteldheid op het spoor. Daarom is ’aandacht’ een belangrijk (basis)thema voor wie zich interesseert voor een mystieke weg of meditatief leven. Het thema sluit ook aan bij de huidige trend om meer ‘mindful’ te leven: bewust leven met zorgzame aandacht in het hier en nu. 
 
We beginnen met een citaat van Simone Weil over aandacht voor een ‘ongelukkige’ ander :
De volheid van de liefde voor de ander is simpelweg in staat zijn aan die ander te vragen: ‘Wat scheelt eraan?’ Het is het weten dat die ongelukkige bestaat, niet als een ongelukkige in een verzameling, niet als een geval dat behoort tot de sociale categorie van de ‘ongelukkigen’, maar als iemand die precies zo is als jijzelf, iemand die op unieke, niet na te bootsen manier door het ongeluk getroffen en getekend is. Het is voldoende, maar noodzakelijk dat je op een bepaalde manier naar diegene kunt kijken. Die blik is in de eerste plaats aandachtig, dat wil zeggen dat de geest leeg is, dat je eigen gedachten plaats hebben gemaakt ten einde degene naar wie je kijkt in zijn hele totale waarheid in je op te kunnen nemen. De enigen die hiertoe in staat zijn, zijn de mensen die tot aandacht in staat zijn.


Mensen werkelijk zien door aandachtig te ‘kijken’ en ze niet zien als deel van een verzameling of categorie. Er niet iets tussen plaatsen zoals gedachten, vooroordelen, projecties of afweermechanismen maar de ander opnemen in wie hij/zij werkelijk is, de unieke persoon zoals God hem/haar bedoeld heeft. Alleen dan kan die ander zich openen en zich laten zien zoals hij/zij zich ervaart, zijn of haar waarheid. Weil noemt een belangrijke voorwaarde: ‘dat de geest leeg is, dat je eigen gedachten plaats hebben gemaakt’. Alleen dan is een echte ont-moeting mogelijk.

Leeg maken en leeg worden                                                                                                                               
Bras onderscheidt twee vormen waardoor de geest tot leegte komt: actief je geest leegmaken en passief leeg gemaakt worden.  Weil beschrijft het jezelf actief leegmaken evenals de middeleeuwse mysticus Meister Eckhart (1260-1328), wanneer hij in gebiedende wijs zegt: ‘ Wees leeg van alles, wees woestijn’ of wanneer hij het heeft over ‘jezelf van alle eigenaardigheden beroven’.
Een andere middeleeuwse mysticus, Johannes van het Kruis(1542-1591), gebruikt voor het actief leeg maken een paradox:                                                                                                                                                            Om te geraken tot het bezit van alles // Wil niets bezitten.                                    
                                                                             Om te geraken tot alles zijn // Wees niets.                                    
                                                                             Om te geraken tot het weten van alles // Wil niets weten.
Eckhart zegt dat de mens leeg moet worden van zichzelf en van alle dingen om voortgang te kunnen maken op de weg naar wie je ten diepste bent en in je relatie met God. Uiteindelijk gaat het bij Eckhart om te komen tot een uiterste ‘armoede van geest’ (naar Matth. 5:3: ‘Zalig zijn de armen van geest, want van hen is het Koninkrijk der hemelen’). Armoede van geest heet in de christelijke mystiek ‘de leegte’, waarin men alle denken, verbeelden, redeneren en voelen loslaat, vrij wordt van alle zintuiglijke en geestelijke verleiding of afleiding, en vrij wordt van het ego met alle vooroordelen en conditionering. 
Ook verlangen naar God maakt niet automatisch ‘leeg’, zegt Eckhart. Hij waarschuwt voor een verlangen naar God waarbij we aan God hangen in gebondenheid en onvrijheid. ‘Laat God los om God God te kunnen laten zijn’ benadrukt Eckhart in een preek voor religieuzen. Hij vervolgt met: “Wie denkt dat God meer aanwezig is op de ene plaats dan op de andere, die is nog niet tot de vrijheid van geest gekomen, een vrijheid van geest die heel dicht staat bij ‘de armoede van geest’, en bij de leegte’.            In die leegte, zegt Eckhart, ‘wordt een mens even leeg en vrij als God zelf’.
Ook volgens Augustinus (354-430), Ignatius van Loyola (1491-1556) en Johannes van het Kruis zijn ‘armoede van de geest’ en ‘niets-zijn’, met nederigheid en overgave, noodzakelijke voorwaarden voor de geestelijke ontwikkeling om ‘het Koninkrijk van God te beërven’.
Het begrip ‘leegte’ in de christelijke mystiek verschilt van de boeddhistische leegte (sunjatta). Bij de boeddhistische leegte gaat het erom te komen tot gelijkmoedigheid en uiteindelijk ‘verlichting’. De christelijke leegte is uiteindelijk bestemd om vervuld te worden van liefde en om te leven in het Koninkrijk

van God. De bijbelteksten “Enkel wie zijn leven verliest, zal het leven vinden” en ”Niet ik, maar Christus leeft in mij’ verwijzen naar die armoede van geest, het leeg worden en onthechten.

Het gaat bij leeg worden van jezelf ook om afzien van de drang naar innerlijke bezieling, geestelijke en spirituele ontwikkeling, loslaten van de behoefte om grootse dingen te verrichten en toenemende verslaving aan ‘feelgood happinez’. De in meditatie opgewekte aangename gevoelens, zoals vreugde, rust, vrede, het (tijdelijk) bevrijd zijn van angst en zorgen, kunnen tot een valkuil worden, wanneer je ze dwangmatig wil vasthouden of zó instrumenteel gebruikt, dat je de aandacht voor de ander en voor Hem die je deze gevoelens gaf, verliest. 

De tweede vorm van tot leegte komen is de passieve. Het ’ontledigd worden’ kan zich als vanzelf aan je voltrekken, bijvoorbeeld in een steeds dieper wordende meditatie. Maar leegte kan ook onrustig maken, misschien zelfs bedreigend aanvoelen. Toch is leegte noodzakelijk om als het ware in een geestelijke woestijn tot echte ontvankelijkheid en tot zuiver waarnemen en aandacht te komen. Dan is volgens Eckhart ‘de leegte niet meer een angstaanjagende of onrustige plek, een beklemming waar wij het liefst vandaan willen vluchten… Als je er doorheen gehaald wordt, is de leegte als een wijde ruimte die ontgrenst. Een grenzeloze leegte die alleen gevuld wordt door de genade van liefde en aanvaarding’. 
Leven in aandacht vraagt dus om innerlijke leegte, zichzelf loslaten óf ontledigd wórden om zo open en ontvankelijk te kunnen zijn voor het anders zijn van de ander en de Ander. Bras geeft aan dat dit open en ontvankelijk zijn ook vanuit het stil zijn en zwijgen benaderd kan worden.

Stil zijn en zwijgen

Stilte is in de drukker wordende Randstad een schaars goed aan het worden. Via drukke wegen zoeken we de stilte en ontspanning in bos- en heidegebieden waar we druk keuvelend met partner, vriend of vriendin nauwelijks aandacht hebben voor de omgeving. Hoe prettig en ontspannend ook het wandelen is in een stille omgeving, het is niet wat er bedoeld wordt met aandachtig leven. Het gaat bij aandachtig leven om zelf stil te worden met mond, hoofd en hart. Daarover zegt Bras:  ‘Dat onze stem zwijgt, onze gedachtestroom tot kalmte komt en onze emoties tot rust, zodat we werkelijk aandacht kunnen hebben voor onze omgeving, of voor Degene die zich in ons diepste innerlijk present stelt’. Seuse heeft het dan ook over ‘volkomen stil’. Dan zwijgt het hoofd, het hart is stil en men rust in wat Seuse noemt: ‘de oergrond van het eeuwige niets.’ Hij bedoelt hiermee het ‘goddelijke mysterie’ dat in de diepste grond niet Iets is, een ding waar wij gedachten over kunnen hebben en concepten voor kunnen maken, maar dat zich onttrekt aan alles wat wij benoemen en begrijpen kunnen. Zo kan men het ook ervaren als men een echte diepe ontmoeting met iets in de natuur of met een medemens heeft gehad’.

Bras wijst op het belang van het oefenen in stil zijn en zwijgen: ‘Leven in aandacht waarbij wij verbondenheid en eenheid met medemensen en medeschepselen ervaren en tot gelding brengen, vraagt om oefening’. Veel mystici roepen in hun teksten op tot stil worden en zwijgen. Ook de 20e eeuwse theoloog Bonhoeffer schrijft : 

Het is niet nodig, dat wij bij de meditatie ons best doen in woorden te denken en te bidden. Het zwijgende denken en bidden, dat alleen voortkomt uit het luisteren, kan dikwijls nuttiger zijn. Het is niet nodig, dat wij bij de meditatie nieuwe gedachten vinden. Dat leidt ons vaak alleen maar af en bevredigt onze ijdelheid. Het is volkomen voldoende, als het Woord, zoals we het lezen en verstaan, tot ons doordringt en ‘in ons komt wonen’.

Het is niet nodig om veel te gaan nadenken over wat een bijbel- of mystieketekst betekent. Laat tekstmeditatie een oefening zijn in ontvankelijkheid, in zwijgende aandacht. Laat het Woord maar doen wat het wil, niet wat ik wil.

Aanwezig zijn in het hier en nu.

Naast het leeg en stil worden noemt  Bras een 3e aspect dat belangrijk is bij aandacht: Aanwezig zijn in het hier en nu, met al onze zintuigen en met een open hart. Dus niet vanuit ons denken maar existentiëler, vanuit ons zijn. Zo kunnen we onze aanwezigheid ervaren in het contact met onszelf (besef: ‘Ik ben er’), in contact met een ander (besef: ‘Ik ben er en jij bent er ook’) en we kunnen ons openen voor Gods aanwezigheid, (ook al is die niet altijd ervaarbaar; in het ons openen voor Hem/ Haar kán wel iets gebeuren.)

 
Annemarie van Wijngaarden en Rob Boersma

 

 

 

primi sui motori con e-max.it
Onze nieuwsbrief >