En vergeef ons onze schulden zoals ook wij onze schuldenaars vergeven

vergevingWanneer wij deze woorden uitspreken, dan moeten reeds alle schulden vergeven zijn. Het gaat niet alleen om herstel van vermeend of werkelijk onrecht. Het is ook de erkentelijkheid voor het goede dat wij hebben gedaan, en in het algemeen alles wat wij van de kant van mensen en dingen verwachten, alles waarvan wij geloven dat het ons toekomt, én waarvan het ontbreken ons het gevoel zou geven te kort gedaan te zijn. Dat zijn rechten, waarvan we menen dat ze ons op grond van het verleden nu ook in de toekomst verleend blijven.

Simone Weil, mystica, filosofe en activiste

 
Het woordje ‘schuld’ heeft in ons spraakgebruik, en met name in het kerkelijk spraakgebruik, een heel specifieke betekenis gekregen. Wij denken bij ‘schuld’ vooral aan een smet die rust op iemand die zich heeft misdragen en kijken dan in de eerste plaats naar de ‘schuldige.’ Daarnaast heeft ‘schuld’ bij ons natuurlijk ook een economische inhoud. Wie ‘diep in de schulden’ zit heeft zich niet noodzakelijk misdragen. Toch bestaat zelfs daar bij ons de neiging ‘schuld’ vooral te zien als ‘eigen schuld.’ Maar ook als we denken aan de schulden van de ‘derde wereld’, kunnen we bedenken wie daar schuld aan heeft….
Een moraliserend oordeel staat vaak een zakelijk oordeel in de weg. Schulden zijn altijd een last. Ze dienen te worden betaald of vergoed. In het Onze Vader bidden wij dat ons de schulden zullen worden kwijtgescholden, dat wij zullen worden bevrijd uit de macht die schulden over ons hebben, dat wij vrij zullen zijn van alle bindende, ons verdrukkende verplichtingen. Gods vergeving is er, of wij daar nu om bidden of niet. In het Onze Vader vragen wij dat ook wij daaraan deel zullen hebben.
Volgens Rochus Zuurmond, hoogleraar theologie  wordt in de bijbel geen onderscheid gemaakt tussen het woord ‘schuld’ en ‘zonde’ gemaakt. ‘Schuld’ (Grieks ofeilèma) slaat, volgens Zuurmond heel zakelijk op alle verplichtingen van mensen onderling, economische zowel als sociale en morele: “ Een ‘schuld’ kan dus een geleend bedrag zijn dat zal moeten worden terugbetaald, maar ook iets dat kinderen hebben ten opzichte van ouders die hen liefdevol hebben opgevoed. ‘Schuld’ komt dan in de buurt van ‘verplichte tegenprestatie.’ Zo gebruikt ook Paulus het in Rom. 4:4”. : Maar iemand zonder verdienste, die echter vertrouwt op hem die de schuldige vrijspreekt, wordt vanwege zijn vertrouwen rechtvaardig verklaard.
In Lukas 11:4 lezen we ‘vergeef ons onze zonden’ in plaats van ‘onze schulden.’ De woorden zonde en schuld zijn in de bijbel synoniem, ze worden soms voor en door elkaar gebruikt, maar er blijft een accentverschil. ‘Zonde’ , zegt Zuurmond, beoordeelt een daad met het oog op wat JHWH/God doet: “Een ‘zondaar’ is een mens, of een groep mensen, die blijkens hun gedrag het gezag van JHWH hebben verwaarloosd ten gunste van andere goden. Als ‘heidenen’ zijn wij dus per definitie ‘zondaren’, ook al gedragen wij ons keurig. Omdat ‘zonde’ in de bijbel in laatste instantie is bepaald als zonde tegenover God kunnen zonden dan in principe ook alleen maar door God – of namens God – worden vergeven”.
Schuld is een consequentie van zonde. Waar gezondigd wordt, waar andere machten, andere goden dan JHWH het voor het zeggen krijgen, gaat het ook in de intermenselijke verhoudingen mis. Zuurmond wijst in het Onze Vader in Lukas 11:4  op het accentverschil tussen ‘zonde’ en ‘schuld’  door in zijn woordkeus te variëren: “en vergeef ons onze zonden, want ook wijzelf vergeven ieder die jegens ons schuldig is.”
Simone Weil’s commentaar op de bede En vergeef ons onze schulden….,  volgt  niet het traditionele denken dat schulden en zonden te eenvoudig op een lijn plaatst. Op indringende wijze houdt zij de moderne mens een spiegel voor, die voert tot mystieke zelfvergetelheid.         
Zoals steeds lijkt bij haar de lat dan ook weer hoog te liggen: alsof vergeving van schulden altijd een plicht is… Toch bedoelt zij het niet zo moraliserend. Ze benoemt eerst wat je hoopt, als het gaat om vergeving: herstel van vermeend of werkelijk onrecht. Datgene waarin we ons tekort gedaan voelden, wordt opgelost. Maar dan benoemt ze een diepere laag: het gevoel dat we vanuit het verleden,  het goede dat je eventueel zou kunnen hebben gedaan, en het goede wat ons toegevallen is, een recht zouden hebben gekregen dat dit ook voor de toekomst zou gelden. Maar wat je aan goeds gedaan hebt, of waar je aan gewend geraakt bent, geeft geen enkel garantie voor de toekomst. Wat ze eigenlijk zegt, is dat deze bede ertoe uitnodigt om elke claim op de -op basis van het verleden verwachte- toekomst los te laten. Dat is voor haar ‘onze schuldenaren vergeven hebben’: dat je zo in het leven staat.
 In de dialoog over deze zesde bede/regel tussen  Marije Hage en Enis  Odaci verzucht Odaci dat hij deze zesde regel uit het Onze Vader wel een heel zware vindt. "Vergeven, schuld. Mijn God." Marije Hage: "Maar vergeven is licht. Ik ben zelf expert geweest in me schuldig voelen, maar ik heb er nu minder last van. Ik heb mezelf de vrijheid ingeduwd."Odaci: "Hoe ging dat, vertel!" Hage: "Ik kwam erachter dat ik erg hard was voor mezelf, niet aardig. Terwijl de kern is, dat je jezelf liefhebt. In die zin vind ik deze regel uit het Onze Vader niet compleet. Er zou ook bij moeten staan: zoals wij onszélf vergeven. Het is een groot cadeau aan jezelf als je niet vanuit schuld of schaamte naar jezelf kijkt, maar vanuit zelfliefde. Ik sta er soms van versteld hoe mensen over zichzelf praten. Stom wijf, loser, dat soort termen. Helaas wordt zo'n negatief zelfbeeld soms ook gevoed door religie. Schuld word gekoppeld aan een staat van zijn: de mens is in wezen fout. Dat is zo heftig, dat Schuld wordt gekoppeld aan een staat van zijn: de mens is in wezen fout. kan niet de bedoeling zijn. Begrijp jij dat Enis?" Odaci: "Zeker. Schuld is in religieuze termen een heel lastige. Je bent gewild, je komt voort uit liefde. Het is niet logisch dat God mensen op aarde zet en hen dan een schuld oplegt waar je via religie vanaf moet zien te komen. Dat conflicteert met de essentiële woorden die ik met God associeer: barmhartigheid en genade. Je bent altijd in beweging, je bent aan het leren, met vallen en opstaan.
Vergeef ons onze keuzes zou ik zeggen. Heb begrip voor onze pogingen, onze experimenten. En dat zeg je dan niet tegen God, maar tegen elkaar." Hage: "De mens staat nooit op zich. Mensen maken keuzes, maar daar zit een systeem omheen dat ook verantwoordelijkheden heeft. Als het systeem ontspoort, moet je elkaar helpen." Odaci: "Andermans fout of schuld is gekoppeld aan jouw fout of schuld. Waar was jij al die tijd? Je had naast die persoon moeten staan. Het woord schuld is een gemeenschapsding, er zit een appèl in op jezelf." Hage: "Als je het zo ziet, koppel je het los van de staat van zijn. Dat vind ik mooi. En er zit een verbinding met vergeving. Je moet altijd kijken naar een balans tussen schuld en vergeving. In bepaalde religieuze tradities is die te veel bij schuld komen te liggen. Schuld en schaamte zijn oververtegenwoordigd. Dat is jammer. Laten we meer naar vergeving kijken."
Odaci: "Als je van schuld een relatie maakt, dan wordt vergeving vanzelf ook een relatie tussen mensen. God kan bijvoorbeeld vergeven wanneer Hij wil, maar mensen kunnen dat niet zomaar. Wij moeten al worstelend eerst vrede hebben met onszelf voordat we die beweging naar anderen kunnen maken. Een ander vergeven is een hels karwei, zeker als er grove misdaden worden gepleegd." Hage: "Ja, je kunt vergeving niet afdwingen. Iemand moet er wel klaar voor zijn. Als jou iets is aangedaan, kan het uiteindelijk een bevrijding voor jezelf zijn om te zeggen: ik laat het los, ik laat jou los, ik open een nieuwe ruimte om verder te leven." Odaci: "Dat is moeilijk hoor. Als je er voorbeelden bij bedenkt wat mensen elkaar kunnen aandoen... dan is er kracht nodig om de pijn af te sluiten, en om die ruimte te openen." Hage: "Je hoeft niet alles te vergoelijken, maar je laat los." Odaci: "Ook dat is moeilijk, op individueel niveau. Schuld heeft ook een maatschappelijke context. Als samenleving dragen we schuld, als wij niet opkomen voor mensen die we zeggen lief te hebben, in naam van Jezus, of in naam van Mohammed. Denk God even weg. Hebben we geen relatie tot de armen, tot vluchtelingen, met alleenstaanden?" Hage: "Jezus zegt: wat je hebt gedaan voor de minste van mijn broeders, heb je voor mij gedaan. Dat is het mooie van elkaar zien. In elk gezicht schijnt het gezicht van Jezus door."
Waarom zeggen we: God vergeef ons? Dat vind ik soms een wat luie reactie.
Odaci: "Ik bedoel het nog iets maatschappelijker. Er is flink wat leed in de wereld, oorlogen, Syrië. Natuurlijk kan God vergeven, maar waarom kijken we naar boven en niet naar elkaar? We hebben ratio, empathie, normen en waarden. We hebben zoveel instrumenten tot onze beschikking. Elk mens heeft een moreel kompas. Waarom zeggen we dan: God vergeef ons? Dat vind ik soms een wat luie reactie."
Hage: "Ik praat niet snel over God, als een wezen, van wie ik zeg: dat doet Hij wel of niet. Ik zie God als dat wat ons uitdaagt om de best mogelijke versie van onszelf te worden. In de meest genadevolle en barmhartige variant reflecteren we iets van God." Odaci: "Ja, genade overwint altijd, dat overvleugelt elk oordeel. Dat is ontzettend relaxed."

Annemarie van Wijngaarden en Rob Boersma
primi sui motori con e-max.it
Onze nieuwsbrief >