Geef ons heden ons dagelijks brood

broodDe Christus is ons brood. Wij kunnen hem er daarom alleen voor het heden om bidden. Want hij is er altijd, aan de deur van ons hart, vragend om binnen te treden, maar hij forceert onze toestemming niet. Als wij hem toestaan binnen te komen, dan treedt hij binnen. Zodra wij hem afwijzen, gaat hij heen. Wij kunnen onze wil van vandaag niet binden aan die van morgen, met Christus afspreken dat hij ook mórgen bij ons zal zijn, ook als wij dat dán niet zouden willen.
Simone Weil, mystica, filosofe en activiste.

Ging het in de eerste vier zinsneden, de vier beden van het Onze Vader over God, over Zijn Naam, het Koninkrijk en Zijn wil, het vervolg van het gebed gaat over mensen, over onszelf. Het tweede deel van het gebed begint met de vraag om ‘ons ‘dagelijks brood’, het dagelijks voedsel als noodzakelijke levensbehoefte van ieder mens. In de bede is er sprake van vandaag of voor vandaag of dagelijks of toekomend. Het is niet duidelijk hoe het Griekse woord ‘epioúsios’ vertaald moet worden, omdat het voor het Grieks van die tijd een uniek woord is. Maar nu concreet, om wat voor brood bidden we eigenlijk? Zowel de bijbel als de hieronder aangehaalde auteurs komen tot verschillende, soms uiteenlopende interpretaties: Voor de Israëlieten in het uittocht verhaal uit Egypte was het dagelijks brood het manna, het brood uit de hemel. Het manna is in de joodse traditie het symbool geworden voor Gods woord van de Tora (Deut 8), Brood is in dit woestijnverhaal en in het Onze Vader volgens Huub Oosterhuis “het symbool van alles wat de mens nodig heeft om te overleven: ‘water, schoonheid en brood, gerechtigheid en genade’. En dat alles dagelijks. ‘Geef ons brood van genade, morgen, vandaag nog’. Dat is nodig om er in te blijven geloven, om overeind te blijven.”

Het Onze Vader staat in het begin van het evangelie naar Matteüs (Matt. 6). Slechts tweemaal eerder komt ‘brood’ voor, bij de beproeving van Jezus in de woestijn door de duivel (Matt. 4). Eenmaal materieel en eenmaal in de betekenis van ‘woord van God’. Verderop lezen we dat brood vaker overdrachtelijk wordt gebruikt: het staat voor ‘vertrouwen in de Vader’, voor ‘overvloed en verzadiging’, ‘voor het heilbrengend optreden van Jezus’ en voor zijn ‘messiaanse zending’. Bij de laatste maaltijd van Jezus met zijn leerlingen krijgt brood zelfs de betekenis van ‘lichaam van Jezus’. Het is dus niet verwonderlijk dat deze bede om brood in de christelijke traditie altijd verbonden is geweest met de eucharistie en het avondmaal. In een boekje over het Onze Vader schreef de hervormde theoloog Bert ter Schegget dat het hier gaat om de verantwoordelijkheid van de mens voor de verdeling van het brood: 'Niet de "broodvermenigvuldiging" is het wonder - dat hebben we inmiddels al aardig onder de (technische) knie, maar de brood-deling; de eerlijke verdeling van het voedsel dat op wereldschaal voldoende aanwezig is: dat zou pas een wonder zijn'. Het meebrengen en delen van voedsel was in de eerste eeuwen een wezenlijk element van de liturgie. Er had dus ook kunnen staan: 'Geef ons heden ons dagelijks brood, zoals ook wij aan anderen hun dagelijks brood geven'. Daarin liggen onze mogelijkheden om de Naam te heiligen, het koninkrijk naderbij te brengen, deze wereld in overeenkomst te brengen met Gods verlangen.

In bovenstaande koptekst van Simone Weil is Jezus ‘het brood’. Hein Blommesteijn legt dit stukje zo uit : “Te gemakkelijk denken wij aan de komst van Christus als een stap die van hem uitgaat. Steeds weer zijn we geneigd de oorzaak van wat ons overkomt, bij anderen te leggen. Christus is evenwel geen noodlot dat ons al of niet overkomt. Van eeuwigheid heeft God zijn liefdeswoord tot ons gesproken in schepping en verlossing. Wij bestaan niet zonder deze Aanspraak. Christus bevindt zich 'altijd aan de deur van ons hart, onze binnenkamer vragend om binnen te treden'. In zijn onvoorwaardelijke liefde maakt God zich afhankelijk van 'onze toestemming'.”
.De Britse mystica Evelyn Underhill confronteert ons kernachtig met onze fixatie op de ‘kruimels’ in plaats van het brood zelf : ‘Zó angstvallig begeer je de kruimels, dat je nooit oog krijgt voor het brood.’ Marga Haas licht deze kernachtige uitspraak zo toe: “We staren ons zorgelijk blind op onze menselijke noden en verlangens, en verliezen het zicht op de goddelijke gave. Wij zouden niet moeten bidden om dat wat wij verlangen, maar om dat wat God ons wil geven. In onze angstvallige kruimelgerichtheid bidden we om verlossing van dit of dat op dit ene moment, terwijl we een staat van zijn kunnen ontvangen. Opgewekt kunnen worden. Zelf een overvloeiende bron van Liefde kunnen worden.” (Marga Haas in een meditatie over het verhaal van de Kananese vrouw die Jezus overtuigt, dat hij ook haar nietjoodse dochter kan genezen, omdat: ‘de honden toch ook de kruimels eten’…(Matt. 15 vs 21-28))

Tenslotte de dialoog tussen Claartje Kruijff (46), Theoloog des Vaderlands 2018 en rabbijn Lody van de Kamp (69): Claartje Kruijff las het Onze Vader op de boekenlegger van haar oma en sindsdien laat het oude gebed haar niet meer los. De joodse traditie kent het Onze Vader niet. Van de Kamp leerde de woorden van vriendjes op zijn openbare lagere school. Hij komt het gebed nu soms tegen bij spreekbeurten in de kerk. "Ik luister, ik bid niet mee. Het gebed voor christenen is iets anders dan voor joden, dat moet je niet door elkaar halen." Kruijff: "Terwijl delen resoneren." Van de Kamp: "Ja, elementen uit de joodse traditie herken ik in het gebed. Wij spreken ook tot onze Vader. De aanspreektitel is ons bekend, die geeft weer hoe we met onze Schepper omgaan. Dat lees ik ook in deze regel. God heeft ons geschapen met de opdracht om Hem te dienen. Het lichaam heeft voedsel nodig. Maar we zien het niet als een gunst dat Hij dat geeft. Nee, wij zeggen: U heeft ons geschapen en daar ontlenen wij het recht aan om U te vragen de middelen te geven om die opdracht te vervullen." Kruijff: "Voor mij zit er ook iets verwarrends in. Je kunt dankbaar zijn voor wat er is en daarvan genieten, terwijl je weet dat veel mensen dat brood niet hebben. Dat maakt deze regel tot een gave en een opgave tegelijk. Ik zal daarmee moeten dealen. Als je er niet van geniet, doe je de gave te kort. Ik vind het zelf een heel diepzinnige regel, al klinkt ze heel alledaags. Het is materieel en geestelijk tegelijk. Brood kun je ook zien als geestelijk voedsel, om groter inzicht te verwerven en kracht en perspectief om door te gaan. Ik kreeg vandaag een naar bericht dat een vriend ernstig ziek is. Ik dacht: dit gaat ook over uithouden. Geef hem en zijn dierbaren het brood om dit te dragen." Van de Kamp: "Dat geeft dat 'ons' een bredere betekenis." Kruijff: "Ja. Mensen die in crisis zitten, die geen eten hebben of grote problemen hebben, die leven van dag tot dag. Daarom is dat 'dagelijks' zo betekenisvol."

Van de Kamp: "Grappig dat je dat zegt. Dat vinden wij dus ook: het woord dagelijks wijst je er voortdurend op dat er geen routine is. Het is niet aan Hem om te luisteren naar dit gebed. Om Hem moverende redenen geeft Hij de een wel en de ander niet. Maar wij moeten er wel om vragen. En wij leven in dat deel van de wereld waar die vraag gehonoreerd wordt. We weten niet wat honger is." Kruijff: "Nee, maar er is wel een soort zielenhonger, naar betekenis en zin en richting. En ik denk weleens dat dat allemaal bij elkaar hoort. Als je de solidariteit, het delen en het perspectief kwijt raakt, zul je jezelf nooit gevoed weten. De blik naar buiten voedt jou ook. En wat ik ook interessant vind: het idee dat je kunt ontvangen. De meesten van ons zijn beter in het geven dan in het ontvangen. Hulp vragen, je afhankelijk weten, dat is ontzettend moeilijk. We vinden het lastig om de controle los te laten. Ik merk zelf dat ik me ook mij snel geneer, snel denk dat ik een ander te veel ben."
Van de Kamp: "We zijn erg overtuigd van ons eigen kunnen, onze eigen macht. Als je afhankelijk bent van iemand, moet je toegeven dat je niet almachtig bent. Dat schaadt je eigen ego." Kruijff: "Het hangt ergens tussen almacht en controle, en angst voor afwijzing. Als je dan eindelijk durft te vragen, dat de ander er dan niet op ingaat, of je in de steek laat... Terwijl we het vaak heerlijk vinden om een ander te helpen. Stel dat we daar eens van uit zouden gaan. "Van de Kamp: "Ja, het is veel mooier om een ander te helpen. In het Hebreeuws noemen we hulp geven tsedek, rechtvaardigheid. Hulp is geen liefdesdaad van mij, maar het regelt dat ik afsta wat ik kan afstaan."Kruijff: "Dus je geeft jezelf geen schouderklopje? Van de Kamp: "Nee. En daarmee plaatst dit gebed je op een bepaalde plek. "Kruijff: "Ja dat wilde ik net zeggen. Het plaatst me tussen andere mensen, tussen al wat leeft, het geeft richting. Ik voel deze regel als het diepzinnigst. Ze staat in het midden van dit gebed, na de heiligheid en uw rijk, maar voor vergeven en verzoeking.” Van de Kamp: "Het is ingebed." Kruijff: "Ja, ingebed. Het is mijn lievelingsregel, schitterend. Ik kan hem aan mensen uitleggen, ook buiten de kerk. Het is heel dagelijks en heel toegankelijk, maar dat vermindert voor mij niet de diepgang van deze gebedsregel." 

Annemarie van Wijngaarden en Rob Boersma

primi sui motori con e-max.it
Onze nieuwsbrief >