Uw Naam worde geheiligd

God alleen is bij machte om zichzelf een naam te geven. Zijn Naam kan niet door mensenmond uitgesproken worden. Zijn Naam is zijn spreken. Dat is het Woord. Van elk wezen vormt de naam de bemiddeling tussen hem en de menselijke geest, de enige weg waarlangs de menselijke geest iets vatten kan van dat wezen wanneer het afwezig is. God is afwezig; hij is in de hemel. Zijn Naam is de enige mogelijkheid om toegang tot hem te verkrijgen. Dat is de Middelaar. Simone Weil, mystica en filosofe

Na de aanspraak van Onze Vader die in de hemelen zijt in de eerste meditatieavond, willen we op de tweede mediatieavond met behulp van verschillende vormen van meditaties op de zinsnede, de bede Uw Naam worde geheiligd verkennen.
Deze, door de evangelisten met dezelfde woorden overgeleverde bede is geen smeekbede, maar meer een ‘wensbede’, dat wil zeggen een bede waarmee de biddende mens eer geeft aan God, omdat hij aan God toewenst wat God eigenlijk toekomt en waarmee hij tegelijk tot uitdrukking brengt dat hij zich met dat wat aan God eigenlijk toekomt wil verenigen. Deze bede is dus niet zo zeer een oproep aan de mens om een stap te zetten in de richting van God. Het is eerder de uitnodiging om de heiligheid van de goddelijke Naam aan ons te laten gebeuren.

Maar wat is die naam die geheiligd zal of moet worden en hoe is die naam werkzaam in ons, in de wereld? Het verhaal gaat dat Mozes in de woestijn zwierf en de Heilige ontmoette. Hij vroeg naar een naam en kreeg een mysterieus antwoord, te vertalen als: ‘Ik ben die ik ben’, of: Ik zal zijn, die ik zijn zal. Of ook: ik ben met je. In deze Naam openbaart Hij zichzelf, als een belofte, als Iemand die ons aanspreekt, met ons meegaat. Wel moest hij zijn schoenen uitdoen, want, zo zei de stem, ergens in de woestijn: ‘Waar je staat is heilige grond’. Misschien zou dat zoiets kunnen betekenen als: Het heilige is niet ver weg, maar precies waar wij zijn. Iedereen staat op een innerlijke grond die heilig, maar ook kwetsbaar is. Het heilige en het goede zijn kwetsbaar. Daarom is ook de opdracht onze schoenen uit te trekken als we heilige grond betreden, om het niet te vertrappen.....

In het Jodendom wordt de geschreven godsnaam, de 4 letters zonder klinkers JHWH, niet uitgesproken. Dat is uit eerbied: God is heilig en zijn naam is heilig. Daarom duidt men Hem ook wel aan als : de Naam.
De bijbelse wortels van de heiliging zijn onder andere bij de profeet Ezechiël te vinden (Ezechiël 36: 23-25. Daar is sprake van God die zelf zijn Naam heiligt, nadat hij door mensen ontheiligd is, omdat zijn bedoelingen worden gefrustreerd, en zo zijn eer wordt aangetast. Heiligheid hoort bij God én het is tegelijk een opdracht voor de mens om die heilige Naam hoog te houden. Het gaat, zeggen Marcel Poorthuis en Theo de Kruif, “niet slechts om een innerlijke heiligheid, maar juist om heiligheid in het openbaar. Bij roepingsvisioenen zoals die van de profeet Jesaja (Jesaja 6: 5) gaat het niet om een heiligheid in afzondering, maar om heiligheid ten dienste van de gemeenschap. Wel hoort afzondering, afgescheiden zijn, bij heiligheid. De mens moet zich afzonderen en losmaken uit het onreine en het kwade. Dit kan soms betekenen dat hij zich soms moet losmaken van zijn omgeving en radicaal moet breken met tendensen die door iedereen gevolgd worden. Maar dit afgescheiden heeft altijd weer de samenleving als doel. Afgescheiden zijn zonder band met de gemeenschap is geen heiligheid, maar sektarisme ”.
Heiligheid is dus voor de mens meer een opdracht dan een eigenschap, meer handelen dan een toestand. ‘Wees heilig, want Ik de Heer jullie God ben heilig’ (Leviticus 19:2).

In een dialoog over het Onze Vader in het dagblad Trouw geven predikante Marije Hage en islamdeskundige Enis Odaci ieder hun uitleg aan de Naam en het Heilige. Hier volgen fragmenten uit die dialoog: “...Hage: “Uw naam, dat kan God zijn. Maar – het klinkt misschien gek voor een predikant – ik ben heel voorzichtig om het woord God te gebruiken. Ik ben er wel iets vrijer in geworden, maar het voelt zo teer. Het woord wordt zo vaak misbruikt, ik wil niet dat een ander er iets inlegt wat ik niet bedoel.” Odaci: “Is het voor jou net als voor de joden, die het woord niet willen uitspreken, omdat de naam in zichzelf heilig is?” Hage: “Ja, misschien wel. God ontstijgt alles wat wij er voor betekenis aan geven.” Odaci: “In de islam is het juist volledig omgekeerd, het is bijna een gebod om hem te noemen. Roep me aan, roep me aan. Hij heeft in de Koran 99 namen. Zijn naam aanroepen is echter niet vrijblijvend. Zodra je dat doet en dus de heiligheid uitspreekt van die naam, is er een relatie ontstaan tussen God en mens. Dat vind ik fijn. Dus als ik het Onze Vader lees, dan lees ik het niet als dat we de verplichting hebben om zijn naam te heiligen. Want dat is hij al. In mijn taalveld komt het ‘worde’ over als ‘gij zult’, dat vind ik niet zo natuurlijk.”........... .....Hage: “Ik vind het mooi dat er een werkwoord in de zin zit: uw naam worde geheiligd. Laatst was ik op een pastoraal gesprek, bij iemand wiens vrouw een tijd in het ziekenhuis had gelegen. Een ander stel had hem uitgenodigd voor het eten, tot drie keer toe. Het is maar een klein voorbeeld, maar Gods naam wordt door zulke acties geheiligd.” Odaci: “Dus je heiligt God niet door zijn naam te gebruiken, maar door iets te doen? ” Hage: “Ja, Uw naam en onze naam, dat overlapt. Onze namen zijn ook heilig. Als mens zijn we voertuig van het Goddelijke, het heilige. Daardoor is dat heilige ook aards. Het heeft voor mij met liefde te maken.” Odaci: “Heilig gaat niet over God, Hij is al heilig, daar hoeven we niets meer aan toe te voegen. Je kunt zeggen: de zondag is voor mij heilig. Of Mohammed of Mekka of je moeder. Dat is ze voor mij ook, maar als je dat zegt, worden het dingen die onaantastbaar zijn. Ik geloof niet dat dat de bedoeling is van heilig.” Hage: “Soms heb je het idee dat iets voor jou heilig is. Maar als je het vastzet, dan stolt het, dan vloeit het niet meer, dan gaat het dood. Leven is ook meebewegen, geloven ook.” Odaci: “Ja, dat vind ik een mooi woord: stollen. Wordt heilig een stolsel en stop je daarmee de beweging? Of opent het de ruimte? Ik ben meer van het laatste.......Heilig draait voor mij om de vraag wat je het meest dierbaar is. Een intense ontmoeting, geboorte, liefde. Ik zou het die kant op willen trekken. Heilig zit niet in ons zelf maar in de ruimte.” Hage: “Ik vind het een mooi woord. Claartje Kruiff is als Theoloog des Vaderlands op zoek naar een ‘heilige ruimte’, dat heeft mij vanaf het begin aangesproken. Mensen verlangen naar heilige ruimtes waar ze alles kunnen afstrippen wat overbodig is, waar ze gezien worden en kwetsbaar kunnen zijn Je kunt het ook dierbaar noemen, het woord dat jij gebruikt. Ik zie dat ook in een van jouw aanduidingen van God, de Barmhartige ( RB/v W.: uitleg over de Barmhartige in de dialoog is hier niet opgenomen!). Dat is een heel warm woord. Barmhartig en genadig, de gedachte dat dat de belangrijkste twee woorden zijn, spreekt mij erg aan”.

In een ander artikel uit het dagblad Trouw zegt Claartje Kruijff onder het kopje ’Bevecht de heilige ruimte’ wat zij onder ‘heilige ruimte’ verstaat: “De stelling die ik op de deur van onze samenleving zou willen spijkeren is: Laten we samen heilige ruimte blijven bewaren en bevechten. Tussenruimte, machtsvrije ruimte waarin we naast elkaar staan en ruimte maken voor de dieptedimensie in ons bestaan. Niet vanuit onze eigen onwrikbare waarheden en 'nee' naar elkaar toe, maar vanuit een 'ja', vanuit gezamenlijk verlangen naar compassie. Vanuit het besef dat we van elkaar afhankelijk zijn; de ander als onze andere helft. Dat we iets te behoeden hebben samen: een intermenselijke én goddelijke ruimte waarin we ons laten bevragen en nadenken over onze relatie tot onszelf, tot elkaar, tot de wereld en het grotere leven. Heilige ruimte kan zowel een fysieke plek zijn als innerlijke ruimte die we meedragen. Waarin we stem geven aan onze fragiliteit en machteloosheid. Waarin we op krachten komen in het besef dat we elkaar fundamenteel nodig hebben; een spiritueel besef én een moreel appèl ineen.


Het complexe levensmysterie waar we allemaal deel van uitmaken kunnen we nooit met onze ratio alleen begrijpen. Het is een zaak van hoofd en hart. Het heeft, zo geloof ik, met God te maken. Laten we die naam hooghouden met elkaar. Opdat God niet een comfortabele privégod is maar een God voor ons allen.
Aan ons om die heilige ruimte en de heilige grond in onszelf en tussen ons in te bewaren”.

Annemarie van Wijngaarden en Rob Boersma

primi sui motori con e-max.it
Onze nieuwsbrief >