Uw Koninkrijk kome

Hier gaat het om iets wat nog komen moet, wat er niet is. Het rijk van God, dat is de Heilige Geest die de ganse ziel van alle redelijke schepselen volledig vervult. De Geest waait, waarheen hij wil. Men kan hem alleen aanroepen! Men moet er zelfs niet aan denken hem aan te roepen, voor zichzelf, voor deze of gene of voor allen; men moet hem alleen maar aanroepen. Aan hem denken moet een roep, een kreet zijn............ Simone Weil, mystica en filosofe

 Op de 3e meditatieavond gaan we meditatief in op de 3e tekstregel uit het ‘Onze Vader’: ‘Uw koninkrijk kome’. Onderstaand een collage van verschillende perspectieven.

Theologen hebben door de eeuwen heen zich steeds weer gebogen over de vraag of ‘Uw Koninkrijk kome’, in de (verre) toekomst ligt of dat het nabij is. Jezus zelf geeft aan dat het iets van de toekomst is én nu al kan doorbreken, soms heel onverwacht. ‘De komst van het Koninkrijk van God laat zich niet aanwijzen, en men kan niet zeggen: “Kijk hier is het” of “Daar is het”. Maar weet wel het Koninkrijk van God ligt binnen uw bereik.’(NBV Lucas17: 20- 21, letterlijk staat er: ‘Het Koninkrijk Gods is binnen jullie’, of: ‘in jullie midden’). Het Koninkrijk werd nu zichtbaar in Jezus zelf. Niet alleen in wat hij predikte, maar vooral ook in zijn genezend handelen. Elke keer als een mens naar lichaam of geest door Jezus wordt genezen, is het Koninkrijk van God er. Zijn genezingen verwijzen volgens predikant Stephan de Jong vooral naar een diepere betekenis. ”Dat de blinden de ogen worden geopend, betekent ook dat mensen Gods nabijheid gaan ‘zien’. Dat de lamme gaat lopen, verwijst naar momenten waarop mensen uit hun geestelijke verlamming en onmacht worden opgericht.”

Zowel de theologen Bonhoeffer als Wright benadrukken sterk dat het God om de wereld gaat. Bonhoeffer: ‘Het gaat er dus om aan de werkelijkheid van God ... vandaag deel te hebben en dat zo, dat ik de werkelijkheid van God nooit ervaar zonder de werkelijkheid van de wereld en de werkelijkheid van de wereld nooit zonder de werkelijkheid van God.’ Gods gerechtigheid en Gods rijk zijn het middelpunt van alles op aarde. De vraag wordt dan veel meer hoe God door middel van de mensen zijn schepping gaat verlossen en vernieuwen en hoe hij als onderdeel van dat proces ook die mensen zelf gaat redden en hoe hij ons oproept om in dit alles met hem mee te werken. ‘We moeten in deze wereld gerechtigheid nastreven’, betoogt Wright, en ‘daarvoor moeten christenen bijvoorbeeld de politiek in gaan. Het geloof moet niet in de persoonlijke sfeer blijven hangen, maar moet doorwerken in de structuren en verhoudingen in de wereld.’

Dit lijkt op gespannen voet te staan met wat Jezus voor het gerecht tegen Pilatus zegt ”Mijn koninkrijk is niet van deze wereld.’ Tegenover de macht van de Romeinse overheerser en tegenover het machtsspel van de religieuze elite stelde Jezus een andere wereld. Een koninkrijk dat je pas ziet als je met andere ogen gaat kijken. Om die andere blik op het spoor te komen is het nodig dat je de wereld van macht, status en oordelen loslaat en je openstelt voor een wereld waarin de Geest vrij spel heeft.

Blommestijn zegt in zijn beschouwing over bovenstaande koptekst van Simone Weil, “dat we pas tot werkelijk bestaan, tot een waarachtig leven komen, als we ons in contemplatieve, meditatieve aandacht openen voor de komst van Gods Koninkrijk. Dit gebeurt, wanneer heel ons wezen tot een roep wordt om Gods gave en komst, om zijn Koninkrijk.” Blommestijn zegt over Weils tekst dat, “Het gebed van de mens is geen stap van de mens naar God toe. Het is slechts ‘de schreeuw van ons hele wezen’ dat smeekt om Gods toekomst. Wij worden pas geboren, wanneer God zijn intrek neemt in deze menselijke werkelijkheid. .....Het Onze Vader is onze uitgestoken hand die zich in pure ontvankelijkheid of ‘aandacht’ opent voor de aanraking door God die ons diepste wezen vormt. Biddend schouwen wij, dat Gods toe- komst in ons werkelijkheid wordt. Welk een wonder!”

In de dialoog (uit een serie over het Onze Vader in het dagblad Trouw) tussen Inger van Es en Arjan Broers zegt van Es over het Koninkrijk van God dat het een ‘wens en een verlangen’ is. Van Es: “Hoe moeilijk we het hier ook hebben, je hoopt en bidt dat dingen die hier niet goed gaan, in Gods koninkrijk wel goed zullen zijn voor iedereen. Dus het gaat erom dat in de omgang met onrecht, hoop zit dat het beter wordt. Dat verlangen spreek je uit. Hoe zie jij dat Arjan?” Broers: “Ja, er zit een belofte in die derde regel. Dat kome is aanvoegende wijs. Een aanvoegende wijs wil zeggen: het zou kunnen gebeuren, maar dat ook niet zou kunnen gebeuren. Ik zie die zin als een intentieverklaring: tot welk rijk wil je behoren? We hebben het rijk van de economie, het rijk van de groei, al is er in werkelijkheid schaarste. Het rijk van God is ‘het grote plaatje, the big picture’. God kijkt met een liefdevolle blik die ik niet kan overzien, omdat die te groot is. Ik wil daar bij horen. Ik wil doen alsof dit rijk al begonnen is. Ik ervaar deze regel als een uitnodiging”. Van Es: “Tot wat?” Broers: “Dat is heel concreet. Ik had een conflict met een opdrachtnemer. Ik werd ontiegelijk pissig op de manier waarop ik werd behandeld. Ik bleef maar boos en verongelijkt, tot ik besefte dat ik moest bedenken hoe ik duidelijk kon maken hoe ik het anders wil, zonder dat ik meteen de relatie verstoor. Die houding heeft voor mij te maken met het rijk. Dat betekent niet dat we allemaal weke poppetjes moeten worden, dat je je alles moet laten welgevallen. Sommige situaties vragen om conflict. Maar het gaat wel om het grotere plaatje, dat je meedoet aan dat wat leeft, in plaats aan het ‘ik’, aan het winnen.” Van Es: “Ja, ik heb dat het meest ervaren voor het werk voor de Vluchtkerk, de opvangplek voor vluchtelingen die niet gewenst zijn. Dat was een tegenstem, tegen de prestatiemaatschappij waarin we zogenaamd zo gelukkig zijn. We waren gewoon een hele winter mannen en vrouwen eten aan het geven. Binnen drie uur zat ik erin, ik heb er geen moment aan getwijfeld. Juist omdat die Vluchtkerk controversieel was, kreeg ik energie.” Broers: “Dat is wel gaaf. Jij hebt weleens gezegd: er zat een innerlijk ‘ja’ om mee te doen. Dat werd bijna een kettingreactie, allerlei mensen wilden wat doen. Dat ja was heel uitnodigend voor anderen.” Van Es: “ Ik heb het daar zo vaak als het koninkrijk van God gevoeld. Er kwam zoveel goedheid en barmhartigheid in mensen naar boven, dat oversteeg de individuele cultuurverschillen. Dat je alles krijgt wat je nodig hebt, en meer zelfs, dat heeft me zo verrast. Ik zag dat koninkrijk wel op aarde. Ondanks de continue druk en stress; ik ben er ook overspannen van geworden. ”Broers: “ Uiteindelijk gaat het hier om wat we aan het doen zijn, ik geloof niet dat God na onze dood alles recht breit.”................. “ Ik zou het zelfs heel fout vinden om te denken dat alle dingen zijn opgelost die we nu pijnlijk vinden. Dan leef je in een fantasiewereld, dat heeft niets met het rijk van God te maken. Het centrale symbool van het christendom is iemand die gewond is en gewond blijft, de tekens blijven zichtbaar. Het rijk van God is geen wereld waarin alles licht is, en mooi, maar het zal misschien wel een wereld zijn waarin je als je iets donkers tegenkomt, licht ziet.”

De bede ‘Uw Koninkrijk kome’ staat voor een verlangen en voor een vertrouwen dat God dat Koninkrijk ‘te midden van ons’ werkelijkheid kan maken. Het staat voor een verlangen naar vrede tussen mensen, maar in dat verlangen wordt er door de Geest al iets in ons aangeraakt waardoor we mee willen bewegen naar God’s toekomst. Dat Koninkrijk kunnen wij niet ’maken’, per definitie niet. Maar af en toe vangen we er wel een glimp van op.

Annemarie van Wijngaarden en Rob Boersma

 

primi sui motori con e-max.it
Onze nieuwsbrief >