Tussenstap: een traag proces, of crisis en verveling op de geestelijke weg

”Dan ben ik alleen met mijn eigen ik en de kosmische ruimtes liggen vergrendeld in mezelf. Dan zou ik willen dat mijn vriend S. ook een begrensd wezen was en er helemaal voor me zou zijn. Bidden kan ik niet, ik houd niet van mezelf.......... Mijn God, geef mij wat geduld en wat liefde voor de kleine dingen van het dagelijkse leven”
Etty Hillesum

Evenals het leven zelf loopt de geestelijke of de geloofsweg niet in een rechte lijn maar is kronkelig en onoverzichtelijk. De weg moet ook steeds weer opnieuw verkend worden, m.a.w. het gaat om een weg, die pas ontstaat in het gáán ervan. De weg gaat gepaard met onverwachte en vaak ook met ongewenste wendingen. De weg kent hoogte- en dieptepunten. Momenten en periodes van enthousiasme, grote vreugde, verbondenheid en vrede, maar ook met korte of langere periodes van richtingloosheid, (geestelijke)verveling, dorheid en (God)verlatenheid. Er is dan een voortdurende aanvechting dat God zich terugtrekt en zich niet meer laat ervaren en we vergeefs in het duister tasten.

De profeet Jesaja beschreef deze in het duister tastende, rusteloze en de aan zin twijfelende mens. De Israelieten klagen: ‘Wij hopen op licht, doch het blijft donker. Wij hopen op het aanbreken van de dag, doch we gaan in het duister. Wij tasten langs de muur als blinden, we struikelen op klaarlichte dag alsof het schemert. In de kracht van ons leven zijn wij als doden (Jesaja 59: 9vv)’. Er is dan sprake van een geestelijke identiteitscrisis waarbij men zijn (geestelijk) houvast kwijt is. Terwijl velen in onze westerse geseculariseerde maatschappij zich verzoend hebben met deze Godsverduistering en tot de orde van de dag overgaan, heeft de 19e eeuwse spraakmakende filosoof Friedrich Nietzsche het lijden dat de dood van God veroorzaakt toen al voorspeld en dramatisch beschreven: “Waarheen bewegen wij ons, weg van alle zonnen? Vallen wij niet onophoudelijk? En achteruit, zijwaarts, voorwaarts naar alle zijden? Dolen wij niet door een oneindig niets? Voelen we niet de adem van de lege ruimte? Is het niet kouder geworden? Komt er niet steeds meer nacht?” “Als God duister wordt”, zegt Anselm Grün in ‘God ervaren’, “ wordt het om de mens koud, wordt zijn leven zinloos. Velen leven tegenwoordig in een soort Godsverduistering. Een deel heeft zich daarin geïnstalleerd, neemt die niet meer waar. De anderen verlangen naar God en kunnen Hem toch nergens vinden”. De seculiere maatschappij waarin we leven maakt het, in tegenstelling tot eerdere christelijke tijden, moeilijker de noodzakelijke fase van Godsverduistering of geestelijke crisis / geloofscrisis op de geestelijke weg te doorstaan. Deze fase van Godsverduistering werd door de middeleeuwse mysticus Johannes van het Kruis beschreven als de zg.‘nacht van de ziel’. Zo’n dorre periode is echter een noodzakelijke fase op de geestelijke weg. Ook andere mystici hebben dit proces van Godsverduistering beschreven zoals Therese van Avila en Martin Buber. Hun ervaringen kunnen ons helpen te ontdekken dat zo’n ‘woestijnervaring’ je van binnen kan veranderen. Je ontdekt zegt Groenendijk in ‘Afstemmen op de Eeuwige’ dat, ‘God er niet is om gaten in jouw ziel op te vullen. Maar dat het erom gaat dat jij je voegt in Gods beweging.’

Ook Etty Hillesum ontdekt (zie koptekst) dat het geestelijk proces een trage weg is en dat ze steeds door veel onrust en ongeduld wordt beheerst. Overgave lukt haar niet direct of het verdampt weer. Zij citeert in haar dagboek een citaat van de lyrische, in Tsjechië geboren dichter Rainer Maria Rilke (1875-1926) : ”Ik wil u voor zover ik daartoe in staat ben, vragen om geduld te hebben met alles wat onopgelost is in uw hart. Probeer de vragen lief te hebben als kamers die gesloten zijn en als boeken in een volslagen vreemde taal. Ga nog niet op zoek naar antwoorden die u niet gegeven kunnen worden, omdat u niet in staat zou zijn ze te leven. Het gaat erom alles te leven. Leef nu de vragen. Misschien leeft u dan geleidelijk, zonder het op te merken, ooit op een dag het antwoord binnen.”

Etty Hillesum schrijft verderop in haar dagboek dat ze de onrust ook als noodzakelijk ziet: ”Ik heb geen behoefte gehad te schrijven, ik heb toen niet meer gebeden omdat ik eigenlijk innerlijk voortdurend bad (...)Het is goed dat zo’n toestand niet blijft. Men moet iedere keer weer uit het eigen middelpunt in de onrust gestoten worden, om zich een grotere rust opnieuw te veroveren. En zeker van iets zijn mag men nooit, dan staat iedere ontwikkeling stil.”

Onrust en vertraging van het proces, stagnatie of crisis zijn ook bij Etty noodzakelijke voorwaarden om zich, op een dieper niveau, te kunnen voegen in Gods beweging. André Louf stelt zelfs in, ’De genade kan meer - Spiritualiteit van de geestelijke begeleiding, ’dat God de stagnatie soms verlangt voor ons, als een uitnodiging om te komen tot een meer innerlijk gebed. Je staat aan een drempel waaraan je je zou moeten overgeven, maar weet niet hoe.’ Welke stap moet ik zetten?’ vraag je je af. Soms hoef je geen stap te zetten, maar moet je alleen je belemmeringen loslaten. Louf zegt dat ’elk mens een duizelingwekkende afgrond in zijn hart draagt waar God woont. Je kunt je daaraan overgeven, zonder je vast te klampen aan de leuning’.

Kun je in tijden van verveling, stagnatie of crisis m.a.w. in dorre tijden geduld opbrengen om de vragen te leven, lichtpunten op te merken en rustig Gods aan-en inwezigheid af te wachten? De middeleeuwse mysicus Ruusbroeck helpt ons in zijn uitspraak dat het altijd weer begint met je leven goed te leven, iets voor anderen te betekenen en je open te stellen voor de Eeuwige.

Annemarie van Wijngaarden en Rob Boersma

primi sui motori con e-max.it
Onze nieuwsbrief >