Onze vader die in de hemelen zijt

Hij is onze Vader, want er bestaat in ons geen realiteit die niet van hem afkomstig is. Wij behoren hem toe. Hij bemint ons, omdat hij zichzelf bemint en wij van hem zijn. Maar hij is de Vader die in de hemelen is. Niet ergens anders. Als wij geloven een Vader hier op aarde te hebben, dan is hij dat niet, maar slechts een valse God. Wij kunnen geen enkele schrede in zijn richting doen. Men kan niet verticaal lopen. Er valt hier niets te zoeken, wij moeten alleen de richting van onze blik veranderen. Hem alleen komt het toe om ons op te zoeken. Wij dienen ons er over te verheugen, dat God oneindig ver buiten ons bereik is. Zo zijn we ervan verzekerd, dat het kwade in ons - zelfs als het ons hele wezen overspoelt - in geen enkel opzicht de goddelijke zuiverheid, gelukzaligheid en volmaaktheid kan aantasten. Simone Weil, mystica en filosofe

Dit najaar is het ‘Onze Vader’ de titel van een serie van 6 meditatieavonden van de meditatiegroep ‘Weg van Leven’. Elke avond zal één zinsnede uit het gebed dat Jezus zijn leerlingen leerde bidden en dat ons in het evangelie van Mattheüs is overgeleverd, centraal staan. Het gebed dat, vanaf die tijd, door de eeuwen heen, tot op vandaag, door miljoenen mensen op alle continenten dagelijks werd en wordt gebeden in kerken, kloosters, thuis, in ziekenhuizen, in gevangenissen en concentratiekampen enz. Claartje Kruiff, Theoloog des Vaderlands zegt in dagblad Trouw dat zij, als toentertijd niet gelovige vrouw, het Onze Vader voor het eerst zag in de boekenlegger van haar oma die in het jappenkamp had gezeten. Zij werd zich bewust dat: ‘Als dit de vrouwen kracht gaf, wat leeft er dan rond die woorden?” Het bedrag van E10.000,- verbonden aan haar verkiezing tot ‘Theoloog van het jaar’ wil zij dan ook besteden om de tekst van het onze vader innovatief te ontsluiten. Zij ligt dit toe met: “De woorden en zinnen zijn bijna een geconcentreerde versie van het leven zelf. We willen ruimte zoeken voor thema’s die onderbelicht zijn via onze verhouding tot het Onze Vader. Ik vermoed dat we de ruimte verloren zijn, ruimte voor een existentieel gesprek binnen en buiten groepjes.” Ook in de meditatiegroep hopen we met behulp van verschillende vormen van christelijke meditatie op de afzonderlijke zinsneden nieuw licht te kunnen werpen op de zo overbekende teksten en daarmee het gebeds-geloofsleven, ons leven zelf te helpen verdiepen.
Op de eerste avond staat de zinsnede: ‘Onze Vader die in de hemelen zijt’ centraal.

Het gebed dat Jezus zijn leerlingen leerde, begint met het woord ‘Onze’. Dat ‘Onze’ verbond direct sterk zijn leerlingen rond hem. Zij baden primair als gemeenschap, maar niet afgegrensd. In de bergrede blijkt dat hun medehoorders, het volk, de buitenkring er ook toe behoren. De buitenkring functioneert bij Mattheus als een ‘potentiele kerk’. ‘Het Onze Vader’ verbindt daarmee de mensen wereldwijd. Het is niet mijn of jouw Vader maar ‘Onze Vader’. Dat verbreedt, het bemoedigt, het relativeert, zegt Kruijff: “We zijn allemaal broeders en zusters, je eigen naam is er te midden van al die andere namen. Het is een inclusief ons: iedereen hoort erbij. Ik denk dat dát in onze samenleving ontbreekt.” In het gebed richten we ons tot de Vader. In het aanroepen van God als Vader spreken we ons vertrouwen in Hem uit. Zoals een kind dat leert fietsen en het zelf wil en moet doen, maar tegelijkertijd rekent op de beschermende hand van zijn vader. Bijzonder is dan ook de intieme verbondenheid waarin Jezus God, Abba of Vader noemde waarin hij ook zijn leerlingen laat delen. De joodse traditie kent ook het aanspreken van God als Vader in het ‘achttien-gebed’ dat waarschijnlijk ook door Jezus is gebeden. De godheid als ‘vader’ aanroepen komt ook in andere religies voor zoals Zeus, de oppergod in de griekse antieke wereld. ‘In de hemel’ kwalificeert het vaderschap van God: het is voor de leerlingen van Jezus nooit vanzelfsprekend. De hemel staat in de bijbelse traditie voor verborgenheid, al sluit die verborgenheid nabijheid niet uit.

In onze (post)moderne tijd spreekt God als Vader velen steeds minder of niet aan. De patriarchale cultuur staat onder sterke kritiek. Mogelijk hangt dit samen met de algehele crisis van gezag en autoriteit in de westerse maatschappij. Nu zijn juist feminisering, een toenemende invloed van het vrouwelijke in de samenleving, zoals vrouwelijke waarden, vrouwelijke rolpatronen of feministische politieke waarden dominanter geworden. Maar ook negatieve (soms ook incestueuze) ervaringen met de eigen vader of vaderfiguren kunnen negatieve associaties oproepen met het beeld van een vader. In de kerk worden mede daardoor alternatieven gebruikt zoals onze Bron, Moeder of oorsprong. De vraag aan onszelf maar ook maatschappelijk is of we nog in staat zijn om ons op zo’n bijna kinderlijke manier toe te vertrouwen aan een vader, aan elkaar en aan het leven.
Hoe wordt verder over God gedacht en gesproken? Hoe wordt God ervaren en aangeroepen in de bijbelse verhaleni? Met welke woorden hebben zij de Onuitsprekelijke genoemd en geassocieerd door de tijden heen? Ds. Marieke Brouwer vatte een aantal uitspraken hierover van Kees Waaijman, o.a. karmeliet en wetenschappelijk directeur Titus Brandsma Instituut, samen: “De naam voor God in het Oude Testament is JHWH. Deze naam wordt niet uitgesproken zoals die er te lezen staat. De naam van God is te groot, te heilig, onuitsprekelijk.”. “De Naam: JHWH is oorspronkelijk een bede om beschermende Aanwezigheid van randnomadische families: ‘Wees hier aanwezig’”. Deze aanroep verzelfstandigde zich tot JHWH en ging zoiets betekenen als: Ik zal zijn die ik zijn zal, Ik ben die (ik) ben, Ik ben die is.” Waaijman vertaalt JHWH met: Wezer. “Vanuit het kerndomein van de woning breidde de Naam zich uit over de andere dimensies van het leven: geboorte, ziekte, onrecht en dood. Ook de levensloop staat in het teken van Gods beschermende Aanwezigheid. Zoals in het taoïsme de Weg alle bewegingen draagt en doordringt, zo is Wezer bewogen met de wegen van de mens. In het gaan zelf van de weg voelt de vrome, dat Wezer met hem begaan is”.

In het gebed wordt met nadruk gezegd dat God, de Vader in de hemelen is. Den Dulk maakt ons attent op het meervoud: hemelen. Dat is, zegt hij, ‘ om aan te geven hoe diep verborgen deze God is. Deze ‘vader ’is met niets en niemand te vergelijken. Hij gaat om zo te zeggen in zeven hemelse sluiers gehuld. Zijn geheim kunnen we niet zelf onthullen. Wie hij is, kan hij alleen zelf zeggen. Daarom roepen we vol verwachting: laat u kennen, hier op aarde!”

In 1941 schrijft Simone Weil, filosofe, linkse activiste en later christelijke mystica een prikkelende, misschien zelfs confronterende uitleg van het Onze Vader. Zij neemt de bidder mee in een beweging die hem verre te buiten gaat, maar die hem tegelijkertijd naar de diepte van zijn eigen wezen voert. We zullen de uitleg van Simone Weil van elke zinsnede van het Onze Vader in deze serie volgen .Allereerst staan we stil bij haar uitleg van de openingszin Onze vader, die in de hemelen is in bovenstaande koptekst en volgen grotendeels het verhelderende commentaar hierop van Hein Blommestijn, karmeliet en wetenschappelijk medewerker aan het Titus Brandsma Instituut. Blommestijn licht Weil’s tekst toe: “Alles in de mens is afkomstig van God. Omdat we er steeds weer toe verleid worden om ons meester te maken van deze goddelijke werkelijkheid en van God zelf, ‘dienen wij ons erover te verheugen, dat God oneindig ver buiten ons bereik is’. God behoort niet ons toe, maar wij hem. Op grond van een diepliggend narcisme willen we dit steeds weer omdraaien. We kunnen slechts denken vanuit onszelf en in die gedachtegang staan we altijd zelf centraal. We kunnen moeilijk leven met een God die geheel buiten ons bereik ligt. Wij zijn onvermijdelijk op zoek naar een begrijpelijke God die hanteerbaar is binnen onze logica. Dit is echter een 'valse God', een gebruiksvoorwerp dat ertoe dient om ons ego op te bouwen.

De onoverbrugbare afstand tussen schepsel en Schepper heeft daarentegen tot gevolg dat ‘het kwade in ons - zelfs als het ons hele wezen overspoelt - in geen enkel opzicht de goddelijke zuiverheid, gelukzaligheid en volmaaktheid kan aantasten’. God ontsnapt aan de vertekening van de werkelijkheid waartoe wij geneigd zijn. We kunnen gelukkig 'geen enkele schrede in zijn richting doen'.

Ook ons bestaan ontsnapt aan de pretentie om de oorzaak van onszelf te zijn. Wij bestaan slechts bij de gratie van de 'Vader die in de hemelen is' en die ons uit liefde het leven mogelijk maakt. Daarom moeten we onze blik afwenden van onszelf. Wij kunnen niet op eigen kracht op zoek gaan naar God, want 'hem alleen komt het toe om ons op te zoeken'. Dit ontdekken we als we 'de richting van onze blik veranderen'. Door de contemplatieve aandacht krijgen we oog voor God als Schepper en dit geeft ons toegang tot de werkelijkheid! Ons leven is geen realiteit vanuit onszelf. Wanneer we uitgaan van de vanzelfsprekendheid van ons bestaan zijn we wereldvreemde dromers. We klagen dan steen en been wanneer deze droom wreed verstoord wordt door ziekte of naderend einde. Hoe onrechtvaardig!”

Annemarie van Wijngaarden en Rob Boersma

primi sui motori con e-max.it
Onze nieuwsbrief >