Leven met lijden

De kruisweg draait om een geheim. Het geheim van de kruisweg is het geheim dat te vinden is op de straten en de pleinen van onze wereld, maar daar wordt er meestal overheen gekeken. Het kan gevonden worden in de vluchtelingenkampen en op slagvelden, maar ook in onze kantoren en onze huizen. Het is verankerd in ons lijf en in ons hart. Wie het niet zoekt, kan de ervaring opdoen erdoor gevonden te worden. Het blijkt zich te verbergen in de stilte die wordt nagelaten door verlies en verwonding, verslagenheid en compassie, lijden en dood. Het geheim van de kruisweg is Gods geheim. Uit: ‘Door het lijden’ van Erik Borgman

De derde mediatieavond van de serie ‘Afstemmen op de eeuwige’ met als thema ‘Leven met lijden’, wordt, niet helemaal toevallig, gehouden in de Goede of Stille Week, die ook wel lijdensweek genoemd wordt, tussen Palmzondag en Stille Zaterdag. Het lijden, het geheim van de kruisweg zoals Borgman het noemt in de koptekst, vinden we in onszelf én om ons heen als we bereid zijn het te willen zien en ervaren. Het is verankerd in ons lijf en in ons hart. Als we het niet zoeken, kunnen we erdoor gevonden worden! Wat zou hij daarmee bedoelen?

Lijden maakt onlosmakelijk deel uit van het leven, van ons leven. Volgens de Boeddha is leven lijden.
Als er sprake is van lijden, kunnen mensen slachtoffer zijn, maar ook dader. Aan de zijde waar we enkel slachtoffer zijn, vinden we lijden dat voortkomt uit de eindigheid, de beperkt- heid van het bestaan, zoals bij een geestelijke en/of lichamelijke ziekte van onszelf of onze naaste of een ongeluk met fatale gevolgen. We kunnen grote pech hebben en ongelukkige keuzes maken of in een echtscheiding belanden. Doordat we sterfelijk zijn, zullen we intimi verliezen. Mensen kunnen ook zichzelf leed aandoen, door hun lichamelijke of geestelijke gezondheid te schaden zoals bij verslavingen. Het kwaad dat oorzaak is van een dergelijk lijden wordt wel ‘natuurlijk kwaad’ genoemd.

Daarnaast is er heel wat lijden dat het gevolg is van menselijk kwaad, ‘moreel kwaad’. Mensen kunnen elkaar veel leed aandoen zoals door pesterijen, uitbuiting, allerlei vormen van (oorlogs)geweld. Onder moreel kwaad kunnen we ook het negeren van klimaat- veranderingen scharen met zijn (toekomstige!) gevolgen als overstromingen en droogte met het grote leed dat dit tot gevolg heeft.

In de levensgeschiedenis van Jezus en zijn kruisdood vinden we het kwaad en de gruwelijkheid van de wereldgeschiedenis in een uiterste samenballing. Het gevaar bestaat dat het kruis een dode metafoor dreigt te worden waardoor de absolute walgelijkheid ervan niet tot ons doordringt. Juist in deze paasweek lezen we de evangeliebeschrijving over de kruisiging, om weer scherp te krijgen wat op Golgotha gaande is aan ellende en wanhoop. De neiging bestaat om ons af te wenden (Jes:53:2) omdat we het domweg niet kunnen plaatsen; het is te groot voor ons. Als de veel gestelde vraag waarom God het kwaad toeliet ooit ergens met recht klinkt, dan wel rond het levenseinde van Jezus. Maar juist door het kwaad hier zelf volledig te onder- gaan, overwint God in Jezus het op een onpeilbare maar beslissende manier. Dit is het hart van het evangelie.

Het kan vreemd klinken dat het woord passie verwijst naar lijden, pijn, verdriet en dood, maar dat het ook geestdrift, hartstocht en bezieling betekent. Is er misschien een samenhang tussen hartstocht en pijn, tussen compassie en lijden? De levensweg van Jezus verwijst naar deze samenhang zoals we kunnen lezen in Mattheus 16:21.

Toeschouwers, zowel christenen als niet christenen van ‘The Passion’, het nu jaarlijks terugkerend evenement, herkennen zich in de niet fanatieke maar hartstochtelijke en tegelijk stille toewijding waarin Jezus zijn door God gegeven opdracht, het verkondigen van het
Koninkrijk van God, tot het einde toe ging. Hij stond voor wat hij deed, wie hij was. Een mens met een eigen identiteit. Zonder passie heb je niks, zei de Vlaamse filosoof Jaap Kruithof eens. Bedoelde hij te zeggen dat zonder passie je niks bént? Want geestdrift, elan, bezieling, bevlogenheid en passie maken ons tot wie we zijn.

Hoe om te gaan met lijden?

De middeleeuwse mystica Hildegard van Bingen zegt dat je de deur van het leven pas binnengaat als je de pijn van het leven bij je binnenlaat. Dat zijn vreemde geluiden voor ons moderne mensen voor wie, volgens filosoof Cornelis Verhoeven, pijn, verdriet en lijden juist het grootste taboe zijn. We willen de pijn, ons falen en onmacht, kortom de kwetsbaarheid van het bestaan niet onder ogen zien en voelen. We verzetten ons er krachtig tegen. We willen er zo snel mogelijk met behulp van pillen en verdovingen vanaf. Als autonome mensen vinden we, dat we alles zelf moeten kunnen en vanuit onszelf succesvol en fantastisch moeten zijn om ons ‘perfecte’ leven zo op facebook te kunnen presenteren. Lijden past niet in het idee van maakbaarheid. De joodse filosoof Emanuel Levinas confronteert de ‘autonome’ mens hard wanneer hij zegt in ‘De totaliteit van het oneindige’: ’De uiterste beproeving van de vrijheid is niet de dood maar het lijden. Heel de scherpte van het lijden hangt samen met de onmogelijkheid het te ontvluchten.’

Verborg zegt in het tijdschrift ‘Woord en Dienst,’ juni 2017, dat ‘lijden de moderne definitie van onszelf als onafhankelijke, autonoom en vrij wezen kraakt. Als we lijden, worden we gedwongen iets te ondergaan dat vreet aan onszelf. In het lijden zijn we kwetsbaar voor de tirannieke krachten buiten ons die sterker zijn dan onze wil en fantasie. De maakbaarheid van ons leven is ver weg. Het komt aan op geduld hebben, wachten, verduren, uithouden, overleven .’ Werkelijke vluchtwegen zijn er niet. Dit dulden is een bijzondere manier van willen: het is ondergaan en toestaan tegelijk. We lazen dat Hildegard van Binnen hetzelfde anders zei: de pijn van het leven binnenlaten. Als ondergaan is het een uiterste vorm van passief-zijn. Als toelaten – je draagt wat je niet wil dragen - is het de uiterste beproeving van je wil. Dat toelaten geldt ook het lijden van de ander onder ogen te zien.

Hoe we met het lijden omgaan heeft ook te maken met hoe we met God en de werkelijkheid omgaan. We zagen dat we in het lijden aan onze uiterste grens komen. In het lijden vragen we naar onze identiteit en de zin van het leven. Lijden is een testcase voor ons Godsvertrou- wen en basisvertrouwen. In lijden wordt ons Godsvertrouwen op de proef gesteld. Lijden kan aanleiding zijn tot geloof of tot ongeloof. Lijden kán dus een plaats van Gods-ontmoeting worden. Küng noemt in zijn boek ‘Christen zijn’, in navolging van Jezus de volgende houdingen t.o.v. het lijden. Deze sluiten deels aan op bovenstaande bevindingen:

  1. Lijden niet zoeken maar verdragen. Jezus heeft het lijden niet zelf gezocht. Het werd hem opgedrongen
  2. Lijden niet alleen verdragen, maar ook bestrijden Jezus heeft zijn pijn niet onderdrukt. Hij heeft het niet apathisch ondergaan maar
    opgenomen. Hij heeft zieken genezen.
  3. Lijden niet alleen bestrijden, maar verwerken. Door lijden kunnen we rijper worden, gevoeliger voor onszelf en anderen worden, opener, menselijker.
  4. Niet wanhopen in lijden, maar blijven hopen op Gods kracht die ons draagt.
    We mogen in lijden vertrouwen op de kracht van God die juist in onze zwakheid werkt.

Religieuze omgang met lijden is ambivalent. Een negatieve kant is, dat het te vaak mensen heeft aangezet om passief te berusten, alsof er geen ‘opstand-ing’ mogelijk was ( en zo is religie ook vaak misbruikt). Een positieve kant van religie is, dat religie kan zuiveren, helpen onderscheiden tussen echt en onecht, tussen overgave en subtiele dwingelandij. In wezen heeft religie, dankzij een zingevend kader, de principiële mogelijkheid om lijden te verzachten en orde te scheppen.

Annemarie van Wijngaarden en Rob Boersma

primi sui motori con e-max.it
Onze nieuwsbrief >