Kennismaken: ontwaken in verwondering

Ik zou zo graag maar willen zijn en ademen en ingebed liggen in de eeuwigheid en heel eenvoudig willen zijn. En ik weet dat die ogenblikken weer komen en dan zullen ze weer verdwijnen. Maar waar het om gaat bij mij om de verovering van een stukje eeuwigheid in mijzelf. En al het andere is bijzaak. Uit Dagboek Etty Hillesum

In de inleiding op deze serie spraken we over de geestelijke weg of innerlijke pelgrimstocht als “een levenslang durend spiritueel proces van omvorming...”. Christelijk gesproken kunnen we zeggen dat God met ieder mens een eigen weg gaat. 
Dat ieder mens een eigen bestemming heeft, en tot een eigen levenswijze komt in relatie tot anderen, tot de natuur, en bovenal tot de goddelijke Geest. Dit proces van steeds meer een beetje vrijer worden om jezelf te zijn, anderen te ontvangen en God te ontmoeten en tot je bestemming te komen verloopt bij iedereen op een andere manier. Soms dwaal je een tijdje rond, sta je stil of lijk je zijwegen in te slaan, verlaat je (tijdelijk) de kerk en je geloof ‘van huis uit’, maar dan ontdek je dat dat hoort bij je gang door het leven. In de inleiding op deze serie concludeerden we dat de geestelijke weg geen lineair proces is maar meer een spiraalvormige beweging. Dezelfde elementen komen steeds weer op een ander niveau terug. Velen zuchten dan verbaasd: ‘Ik dacht echt dat ik hier nu wel mee klaar was!
 Als er moeilijke omstandigheden en crisissituaties ontstaan, zoals echtscheiding, ziekte, confrontatie met de dood van een dierbare of burnout, kan dat leiden tot het begin van of het versterkt doormaken van een geestelijk proces. Corinne Groenendijk geeft in de brochure: Afstemmen op de Eeuwige’ het voorbeeld van Etty Hillesum (1914–1943), een jonge joodse vrouw, die in de oorlog door druk van de oorlogsomstandigheden vrijwillig terugkeerde naar doorgangskamp Westerbork om mensen als maatschappelijk werkster liefdevol bij te staan. In haar dagboek beschrijft zij haar ingrijpende spirituele ontwikkeling, die haar op enig moment in staat stelde zich als het ware te verheffen boven de haat en de terreur die zich overal om haar heen voltrok. Vanaf het allereerste moment is duidelijk dat Etty haar dagelijkse aantekeningen wilde gebruiken als middel tot zelfonderzoek en zelfreflectie. In haar eerste dagboekschriften neemt ‘God’ nog slechts een bescheiden plaats in (zie koptekst), maar gaandeweg laat Etty een toenemend Godsvertrouwen zien. Bij dit vertrouwen, waaraan een heel proces van innerlijke vergeestelijking is voorafgegaan, zocht ze steeds vaker steun bij het diepste binnenste van haar ziel, die ze zag als oerbron van het leven. Ze ging dan in gesprek met zichzelf en nam daarbij volop de tijd en ruimte om geheel zelfstandig en ondogmatisch na te denken en te mediteren. En zo ontwikkelde Etty langzaam maar zeker een diepgeworteld religieus gevoel met een sterke hang naar mystiek. Ze behoort, zoals ze zelf schrijft niet tot die groep mensen die God ‘buiten zich’ zoekt, maar tot de mensen die God ‘binnen in zich’ zoeken.
‘Binnen in me zit een heel diepe put. En daarin zit God. Soms kan ik erbij. Maar vaker liggen er stenen en gruis voor die put, dan is God begraven’ (26 augustus 1941).

Ook bij Etty Hillesum ontdekken we dat het leven, maar ook het geestelijk leven, niet statisch is, dat je bestemming niet kant-en-klaar voorhanden is; je weet niet waar je uitkomt. De weg is het doel zei kerkvader Augustinus in het Westen, en Confucius in het Oosten.

Het begin van de geestelijke weg of een hernieuwde ‘start’ gaat gepaard met een proces of zelfs alleen maar een moment van ‘ontwaken in verwondering’. Je ontdekt dat je jezelf niet georganiseerd hebt, maar dat je het leven in zijn volheid mag ontvangen. Je begint je te
verwonderen over dit geschenk. Je ontdekt dat het Gods verlangen is de mogelijkheden die in jou liggen tot bloei te zien komen. Zo’n plotseling ontwaken en verwondering vertelt Diana Vernooij, voorganger in de oecumenische basisgemeente de Duif, in de dienst van 27-11- 2016 wat haar overkwam bij de afscheidsdienst van haar moeder toen zij 26 jaar was:
“De pastoor wist ons allen bijeen te brengen in het afscheid door te benoemen dat mijn moeder geen makkelijke vrouw was, en wel het minst voor zichzelf. Het ritueel ademde verzoening met haar leven, dankbaarheid voor haar kracht én het ademde compassie met de gebrokenheid van ons aller bestaan. Voor mij was dat niet alleen de start van verwerking maar dit afscheid opende mijn ogen voor de kracht van religie en de zachtheid van het geloof. Én ik was geheel overmand door verwondering! Natuurlijk had ik mij vaker verwonderd over het leven, wie doet dat niet, maar het zoeken naar zekerheid en stoere politieke standpunten stond altijd centraal in mijn leven. Nu had de pastoor toch maar mooi alle oordelen aan de kant geveegd en verwondering opgeroepen over het leven. Vanaf toen begon mijn zoektocht naar de diepte van die verwondering: naar uitstel van oordeel, het durven níet te weten. Wat een eng proces”.

Verwondering valt je ten deel - niet weten, openheid, zachtheid, je hart wordt geraakt. Verwondering maakt je open en kwetsbaar als een kind. En we worden herschapen. Verwondering breekt niets af, verwondering redeneert niet. Het vlamt op en je valt ervan stil zoals bij het aanschouwen van de ondergaande zon aan zee. Verwondering valt je toe, en je gaat beter waarnemen: onbevangen kijken, scherp luisteren en fijn proeven. De psalm- dichter zegt in een vers van ps. 104 dat je met een geest vol verwondering kunt zien, “God wandelt op de vleugels van een stormwind, dat hij de waterwellen door de beddingen zendt, door de bergen om te drenken al wat op de velden leeft”.

Vernooij zegt verder over verwondering: “Met je geest vol verwondering kun je iedere dag als een recht nieuwe dag ontmoeten, ieder stukje natuur als een wonder beleven en ieder mens steeds weer opnieuw ontdekken. Verwondering is de hangbrug van oud naar nieuw land over de rivier van de onthechting heen. Je ontdekt dat je iets altijd op een beperkte manier hebt gezien, en plots is die vanzelfsprekendheid weg. Je kijkt met nieuwe ogen. Leven vanuit verwondering is een kunst”.

Verwondering en dankbaarheid voor het geschonken leven liggen in elkaars verlengde en ze versterken elkaar: Dankbaarheid in verwondering.

Annemarie van Wijngaarden en Rob Boersma

primi sui motori con e-max.it
Onze nieuwsbrief >