7e chakra: Relatie met God en het Goddelijke

Met de 7e chakra en daarmee de laatste van de hoofdchakra’s, zijn we met de reis door de zeven chakra’s beland bij de top van de chakra-kolom. Een reis, die zijn bekroning vindt in de kruin of kroonchakra. Een reis als een proces van bewustwording vanuit, een voor velen van ons, diepgeworteld verlangen naar eenheid, harmonie en een verdiepte relatie met God.

 

Deze chakra, in het Sanskriet sahasrara of de duizend-bladige lotusbloem is de enige die duurzaam omhoog gericht is. Het is gelegen net boven de zogenaamde ‘kroon van ons hoofd’, de plaats van onze ‘zachte plek’, de fontanel, de opening die zich na de geboorte langzaam sluit. Ook na het sluiten van de fontanel voelt deze plek warm en donzig aan. Wanneer de kroonchakra zich opent kan het oplichten als een lichtkrans of aureool, een goudkleurige krans, symbool van heiligheid of goddelijkheid zoals we die kennen op m.n. middeleeuwse schilderijen van Jezus, de apostelen en heiligen. Hun geest verkeert continu in een lichtenergie die het lichaam oplaadt met een helende, verzoenende en genezende frequentie. Hun ego hebben zij ingewisseld voor de totale overgave aan de goddelijke wil. In hun aanwezigheid is vrede en een-zijn te ervaren. Deze chakra draagt dan ook de kleuren wit en violet/indigo. Wit heeft alle kleuren (van de regenboog) in zich, waardoor een optimale eenheid tussen alle chakra’s wordt gecreëerd. Violet zorgt voor een verbinding met de (Heilige) Geest. In veel culturen wordt deze chakra- plek dan ook bedekt. In het Jodendom bijvoorbeeld dragen mannen een kippa of ‘keppel’, als teken van respect en eerbied voor God en een meer moderne betekenis ‘de erkenning dat God “boven” ons is’. Tegenwoordig dragen ook vrouwen in de synagoge vaker een keppel.

De kroonchakra is het (energie)centrum van het ‘kosmisch bewustzijn’, het bewustzijn van een kosmische orde. Het is het verst verwijderd van de materiele wereld en daarmee van de beperkingen van tijd en ruimte. De 7e chakra is dan ook het meest veelzijdig en het heeft van alle chakra’s de grootste reikwijdte: In onze gedachten kunnen we de grootste sprongen maken! Het is de bij uitstek spiritueel uitnodigende plaats. Hier huist het vermogen om wijsheid te ontwikkelen en alle ware kennis te ontvangen en op te nemen.

De kroonchakra vertegenwoordigt in de hindoeïstische filosofie, waar het chakrasysteem uit afkomstig is, een werkelijkheid die boven de dualiteiten in ons bestaan uitgaat: licht/donker, mannelijk/vrouwelijk, lichaam/geest, hemel/aarde ed. Het heeft te maken met een bewustzijnsniveau waar eenheid en heelheid aan ten grondslag liggen tegenover afgescheidenheid. Het representeert onze bewuste en onbewuste gedachtenstructuren, de manier waarop we denken en onze (levens)overtuigingen. Het element van deze chakra is dan ook het denken en onze relatie met het hogere, het goddelijke.

Zoals de onderste drie chakra’s een verbinding hebben met materie en lichaam, geworteld in de aarde, het aardse, zo zijn de hogere drie chakra’s (5 t/m 7) meer verbonden met en reiken naar de kosmos, het goddelijke. Ze hebben zg ‘hechtranken’ in het bewustzijn. Deze hechtranken van deze chakra’s nemen zeer verfijnde energie, stukjes informatie op waar die geanalyseerd en vervolgens opgenomen worden. Deze nieuwe informatie wordt opgenomen in een steeds groeiende matrix van inzicht.

Kool legt in ‘Groei en evenwicht’ verrassend een link met Psalm 139: ‘Heer, Gij doorgrondt en gij kent mij,/ Gij weet van mijn zitten, mijn opstaan,/ Gij verstaat mijn gedachten van verre;/ Mijn op weg zijn keurt Ge, mijn rusten,/al mijn wegen zijn U vertrouwd./Achter mij zijt gij, vóór mij, rondom mij:/ Gij hebt uw hand op mij gelegd./ Dit te vatten – het is mij te wonderbaar,/ te verheven – ik reik er niet toe/ Gij zijt het die mijn kern hebt gevormd,/ die mij weefde in de schoot mijner moeder./Mijn wezen kent Gij volkomen./ Té groots voor mij, God, uw gedachten,/ té machtig daarvan de som.’

Bij het werk aan en met de 7e chakra gaat het erom je vaak niet bewuste, beperkende gedachtenpatronen en overtuigingen onder ogen te durven en willen zien. Deze houden ons en de relatie met die ander gevangen zoals in onze projecties, het zoeken van heil in de buitenwereld, het zoeken naar zelfbevestiging en in het oordelen en veroordelen. Je leert met een nieuw innerlijk orgaan te luisteren en op basis van daarin aangereikte nieuwe informatie je overtuigingen om te vormen en je verantwoordelijkheid ervoor te nemen.
Aan ons eigen leven kunnen we zien wat onze overtuigingen zijn. Wij kunnen onze omgeving bekijken als de fysieke uitingen van de ideeën waarin we geloven en de houdingen die we hebben. Onze omgeving zegt dus iets over ons zelfbeeld en ons culturele bewustzijn. Wat wij denken en geloven zal alle aspecten van ons leven beïnvloeden. Want álles wat je ziet is een manifestatie van bewustzijn. Bewustzijn betekent dus ook dat je je bewust bent van hoe je je uitdrukt.

Het is dan ook van belang steeds te onderzoeken of dat wat je als waarheid hebt aangenomen ten diepste het juiste voor jou en voor de ander is. Vervolgens kan je je innerlijk verbinden met nieuw gekozen of ontdekte overtuigingen die aansluiten bij je ‘ware zelf’ : In christelijke termen zou je dit kunnen vertalen als: De ‘zelf’de als degene die God in jou bedoeld heeft. Van hieruit kun je je leven dan op-Nieuw vorm geven (het opgestane, nieuwe leven!)

Deze nieuw verworven diepte krijgt daarbij de functie van een radar waardoor we ons door het leven kunnen laten loodsen. Het geeft ons de juiste richting, moed en verantwoordelijkheid in onze groei naar volheid en voltooiing toe (Marcus 1,9-13).

De vraag is of wij steeds weer bereid zijn onze gedachten, overtuigingen en ons bewustzijn te onderzoeken om als ‘vernieuwde’ mensen op weg te gaan. De psalmist verheldert bovenstaande in Psalm 26: 2-3: ‘Toets mij, Heer, onderzoek mij, doorgrond mijn geweten, mijn hart; uw goedheid vervult mijn gedachten; in uw waarheid ga ik mijn weg’, zegt de psalmist tot God en zichzelf. Het gaat bij het ontwikkelen van de kroonchakra om de bereidheid om eerst af te dalen naar je eigen kern waarin God aan jou werkzaam kan zijn. Ook nu helpt de psalmist ons: ’Toetst Gij niet hart en geweten, o God? ‘Laat van U mijn beoordeling uitgaan, Gij die mijn hart toetst, het peilt in de nacht, mij hebt uitgezuiverd met vuur – bij mij vindt Gij geen sluwe bedenksels’ (Ps. 7 en 17).

Het mooiste voorbeeld van bovenstaande is de weg die Jezus zelf ging, nadat hij uit Nazareth was vertrokken. Hij ging op zoek naar zijn eigen levensopdracht. Hij ging de eenzaamheid in, de stilte, de woestijn in. Hij wordt dan teruggeworpen op zijn eigen diepste kern, zijn ware zelf. Dan laat hij zich dopen door Johannes, waarbij verteld wordt dat de hemel openging en de Geest als een duif op hem (zijn kroonchakra!) neerdaalde. Hij staat blijkbaar open voor wat hem van boven, van bij God, geschonken wordt. Vervolgens durft hij het aan om op weg te gaan naar een onbekende toekomst. Hij gaat op weg naar een volheid toe, de volheid van verstaan, de totaliteit van visie én hij geeft die visie in zijn concrete leven vorm.

Om tot een harmonieuze ontwikkeling van de kroonchakra te komen is het een grondvoorwaarde de eerste zes chakra’s eerst in zekere mate te ontwikkelen en in balans te brengen voordat behoedzaam werk gemaakt kan worden van de kroonchakra. Zoniet, dan kan een overontwikkelde kroonchakra met onderontwikkelde lagere chakra’s bijvoorbeeld leiden tot (spirituele) zweverigheid. Een spiritualiteit die niet gegrond is, mist vormkracht en krijgt daarmee geen concrete gestalte in het dagelijkse bestaan. Er is vaak onwil om de eigen schaduwkanten te onderzoeken en in het ‘hier en nu’ te zijn.

Bij een onderontwikkelde voorhoofd- en kroonchakra is er de neiging om de geschonken nieuwe informatie, het diepste weten en intuïties te vermijden. Als de kroonchakra gesloten is, is men blind voor alles wat het ‘lagere’ dagelijkse denken te boven gaat. Er is een uitstraling van geïsoleerdheid om de hele persoonlijkheid. Er kan sprake zijn van verwarring en depressie. Nieuwe informatie wordt bij opening van de chakra in je ‘zelf’, in je kern opgenomen door het te laten versmelten met wat daar al aanwezig is. Wanneer informatie niet kan worden opgenomen, raakt het bewustzijn gefragmenteerd. Door heftige ervaringen kan het zelfs getraumatiseerd worden. Het wordt dan moeilijk om tot een ordening te komen. Het gaat erom eerst te leren zien welke lijnen er in je lopen, welke patronen je kunt ontdekken. Zonder dat er eerst een ordening ontworpen wordt, kan er geen schepping of uitdrukking ontstaan. Bewustzijn is een ordenend principe. Bewustzijn is een innerlijke ervaring. Je geest is ontzettend gevoelig voor invloeden uit de buitenwereld. Ware kennis wordt innerlijk verworven, verwerkt en uitgedrukt.

In een existentiële crisis kan je geconfronteerd worden met eigen ideeën, denkbeelden en overtuigingen die niet meer functioneren. Ook uiterlijke steun kan weggevallen zijn. De vraag is of je je (chakra) kunt openstellen voor de Geest. Alle genade komt van boven, zeggen we zonder daar bij stil te staan, een uitdrukking die ook past bij het openen van de kroonchakra.

We kunnen werken aan het openen van de chakra, zegt Kool, ‘maar het moment van genade kun je niet berekenen en afdwingen. Hoe vurig we ook verlangen naar eenwording met God, het blijven tintelingen die oplichten in de aura rond het centrum van de kruinchakra, in de afwachting van de juiste timing die de Allerhoogste met je voorheeft’. Je terugtrekken en naar binnen keren kan dan een manier zijn om toegang te krijgen tot dat wat ruimte en tijd overstijgt. Voor het openen van de kroonchakra heeft (christelijke) meditatie dan ook een heel belangrijke functie. We krijgen zicht op verschillende bewustzijnsprocessen en ons denken daarin. Het heeft als voedingsbodem stilte, aandachtgerichtheid, het diepere aanvoelen en de intuïtie. Wanneer het denken bepaald gaat worden door je diepere bewustzijn kom je tot begrip van jezelf en van de ander. Wanneer meditatie en een meer meditatief leven deel gaan uitmaken van het bestaan, kan, zegt Kool heel bloemrijk, ’de duizendvoudige lotus openbloeien en Gods heilige Geest met Zijn Licht en Zijn kracht, met Zijn wijsheid en Zijn liefde, met Zijn warmte en Zijn mededogen bij je binnen komen en omlaag stromen tot je diepste diepten, al waar hij jou een nieuw mens zal maken: ‘God geef mijn geest, diep in mij, nieuw bestand (Psalm 51)’.

Annemarie van Wijngaarden en Rob Boersma

 

primi sui motori con e-max.it
Onze nieuwsbrief >