4e chakra: Liefde

De 4e of hartchakra is het centrum waardoor wij liefhebben. Hier stroomt de energie van verbondenheid met al het ons omringende leven. Hoe meer dit centrum opengaat, des te groter wordt ons vermogen om het leven op steeds grotere schaal lief te hebben.

De hartchakra bevindt zich ook letterlijk in de hartstreek (in het midden van de borst). Het hart is de kern van ons wezen en de hartchakra het middelpunt van het chakrasysteem van de zeven hoofdchakra’s met drie chakra’s eronder en drie erboven.

De hartchakra wordt ook wel het ‘evenwichtspunt’ genoemd. In dit punt, eerder een gebiedje, komen het stoffelijke, het materiële (het lichamelijke) en de onstoffelijke, de ijlere wereld van de geest samen. Het is ook het evenwichtspunt tussen innerlijk en uiterlijk, tussen het ‘zelf ’ en het transcendente. Dit zien we terug in het symbool van de hartchakra, de lotus met de twaalf bloembladen met in het midden de zespuntige Davidsster, de Trikona. De trikona bestaat uit twee op elkaar gelegen driehoeken, de ene driehoek met een punt die naar beneden wijst en de andere driehoek met een punt naar boven (zie plaatje). De trikona of de energiedriehoek van geest die naar materie afdaalt en de trikona van materie die tot geest opstijgt. De zespuntige ster is de optimale expressie van het volkomen evenwicht van wederkerige doordringing van beide energiestromen. Hierin ontmoeten tegenstellingen elkaar en doordringen elkaar zodanig dat de dualiteit wordt opgeheven.

Die beide energiestromen zien we ons inziens ook in de twee vormen van liefde, eros en agapè, die elkaar doordringen in de hartchakra. Eros, de van beneden (2e chakra!) komende veranderlijke aard van ’begerende liefde’ heeft alles te maken met erotiek en seksualiteit. Archetypisch voor deze vorm van liefde is de gepassioneerde liefde die een vrouw en een man voor elkaar hebben. Agapè is de liefde waar het in bijbelse zin om gaat. De liefde die eerst van God, van boven, in het hart ontvangen is om vervolgens uitgedeeld te worden. Deze liefde is duurzaam en heeft een nimmer aflatende kracht. Liefde geven en ontvangen zijn in de liefde als agapè een eenheid, niet te scheiden, wel te onderscheiden. Maar ook eros en agapè – de begerende en de schenkende liefde - zijn de twee facetten van de liefde en kunnen volgens de vorige paus Benedictus XVI in zijn encycliek “Deus caritas est” (God is liefde) ook niet van elkaar gescheiden worden: “In werkelijkheid laten eros en agapè – opstijgende en neerdalende liefde – zich nooit helemaal van elkaar scheiden. Hoe meer die twee, in verschillende dimensies, in de juiste eenheid met elkaar geraken in de ene werkelijkheid van de liefde, des te meer verwerkelijkt zich het ware wezen van de liefde. Ook al is eros op de eerste plaats verlangend, opstijgend – gefascineerd door de grote belofte van het geluk – toch zal hij, als hij de ander nader komt, steeds minder met zichzelf bezig zijn, steeds meer het geluk van de ander willen, steeds meer zorg voor de ander hebben, zichzelf schenken, er voor de ander willen zijn. Het element van agapè doet zijn intrede, anders raakt eros in verval en verliest ook zijn eigen wezen. Van de andere kant is het ook onmogelijk voor de mens om alleen van de schenkende, neerdalende liefde te leven. Hij kan niet alleen maar geven, hij moet ook ontvangen. Wie liefde wil schenken, moet haar zelf ook krijgen.”

De tastzin is het zintuig dat gerelateerd is aan de hartchakra. De gevoelsenergie stroomt uit het hart, de geopende chakra, naar de handen in het lijfelijk contact met de ander. In de tast, in een liefdevolle aanraking vindt een echte ontmoeting plaats, waarin het affect, het gevoels-beleven wederzijds doorklinkt. De warme handdruk bij het begin van een ontmoeting, de troostende hand en arm om iemands schouders, het gebaar van liefde of de bevestigende lichte druk van de hand op iemands schouder zijn helend en bevestigen de ander in zijn zo-zijn. Ging het bij de zonnevlechtchakra over de ontwikkeling van het ‘Ik-bewustzijn’ dat zich duurzaam onderscheidt van de rest van het bestaan, bij de hartchakra gaat het, zoals we hierboven zagen, over het vormen van een sociale identiteit. Een ontwikkeling van ‘Ik’ naar ‘Wij’. Van zelfzucht naar onbaatzuchtigheid. De emotionele energie in de zonnevlechtchakra transformeert in de hartchakra in de verfijnde ‘gevoels- of hartenergie’. De hartchakra die de- ze gevoelsenergie reguleert is niet alleen het centrum van liefde maar ook van empathie, mededogen, evenwicht, harmonie en vrede. En óók van groei, vervulling, vernieuwing. De hartchakra wordt dan ook geassocieerd met de kleur groen. Zo is het hart de zetel van de zogenaamd hogere gevoelens, tegenover lagere gevoelens zoals zelfzucht en begeerte, die verbonden zijn met de 3e en de 2e chakra.

Bij een flexibel geopende hartchakra kan de gevoelsenergie vrijelijk in- en uitstromen zoals in het hierboven beschreven liefdesleven . Maar dit geldt ook voor sympathie, religieuze gevoelens waaronder het verlangen naar God, heiligheid, het numineuze (= het Goddelijke dat een mysterie is) en het besef van eenheid met de kosmos. Klinkt dit niet erg soft? Hanneke Korteweg-Frankhuisen waarschuwt voor een ‘sentimentele vervalsing’ die zij aantreft in de literatuur over de 4e chakra: “Alles wat men is geworden op het niveau van de plexus solaris en wat zuiver is – dat kan dus zo hard als een diamant zijn – neemt men mee naar het niveau van het hart. De frisse eigenwijsheid, de humor, de afgebakendheid en houding van ‘no nonsense’, die in de 3e chakra eigen-aardigheden zijn geworden, blijven in de 4e chakra recht overeind staan. Gelukkig maar, want anders zou het hart slechts een verheven vorm van terugval zijn naar het kuddebewustzijn.’ In een gesprek met Hanneke zei zij mij eens over het confronteren van een patiënt/cliënt in therapie’: ‘ Als je een goede therapeutische relatie hebt, mag en moet je soms hard confronteren om iemand te wekken of te bereiken. Echt confronteren kan en mag alleen in een ware ontmoeting, vanuit liefde waarin je misschien niet lief en aardig bent, maar jouw confrontatie wel tot heling kan leiden, hoe pijnlijk het ook kan zijn. Als confronteren niet vanuit liefde gebeurt, richt zij schade aan.’ In relatie met iemand kan, mag en moet je soms het ‘snijdende zwaard van de liefde’ hanteren. Ook Jezus hanteerde dit snijdende zwaard : "Denk niet dat ik gekomen ben om de vrede te brengen, ik ben gekomen om het zwaard te brengen" (Math.10:34). In deze bijbeltekst laat Jezus zien, dat dit zwaard een pijnlijke wig drijft, daar waar een te grote versmelting is ontstaan, zoals kan gebeuren in familierelaties. Pas als die versmelting is opgeheven, zijn gezonde relaties en nieuwe toekomst mogelijk. Het hartcentrum wordt zo ook wel het centrum van de ‘heilige onverschilligheid’ genoemd.

Iemand bij wie de hartchakra geopend en in balans is, geeft aan de ander wat hij/zij te bieden heeft en laat het aan de ander(en) over om daar al of niet gebruik van te maken. Men weet dat men niets aan een ander kan veranderen, maar op zijn best iets in de ander kan wekken. Bijvoorbeeld: In een organisatie zoals de kerk draagt ieder bij met dat wat men vanuit zijn talenten te bieden heeft. Zo kan een nieuwe of hernieuwde vorm van gemeenschap ontstaan, samen met mensen die heel andere kwaliteiten of geaardheden hebben, in de richting van een gezamenlijk doel.

Bij een zorgverlener die heel betrokken zit te zijn en steeds maar weer met goede raad en adviezen voor zijn/haar cliënt komt, is de hartchakra waarschijnlijk wat gesloten. Dit wordt gecompenseerd met een zonnevlechtchakra die krachtiger werkzaam is. Bij een in openheid gefixeerde hartchakra ligt een zeer sterk accent op het sociale aspect met het risico via groepsdwang macht uit te oefenen. Bij een zeer geringe openheid gaan eigen belangen domineren. De betekenis en het belang van het individu in de gemeenschap worden overschat. Specialisatie gaat ten koste van integratie.

De hartchakra heeft, zoals we zagen een relatie met het hart, maar ook met de bovenkant van de rug, schoudergordels, armen en handen, borstkas en de longen waaraan ook het element ‘lucht ’is gekoppeld. Lucht, het lichtste element ten opzichte van de elementen van de onderste 3 chakra’s (aarde, water, vuur). De zuurstof, als belangrijkste bestanddeel van de lucht, wordt door de ademhaling via het hart-longmechanisme tot in de uithoeken en in iedere cel van ons lichaam gebracht waar het leven geeft en onderhoud. De ademhaling met zijn levensenergie is de verbindende factor tussen de buiten-en binnenwereld. Zij geeft toegang tot en voeding aan de stoffelijke én de geestelijke aspecten van de hartchakra. In de bijbel is de adem nauw verbonden met de ziel en het geestelijk leven van mensen. In het Oude Testament, al in Genesis 1:1 in de tweede zin lezen we over de geest van God, de ‘ruach’, (‘ruach’ betekent geest en adem) die over de wateren zweeft alvorens er leven komt. Verderop, in Genesis 2:7, staat de bekende tekst ‘…toen formeerde de Here God de mens van stof uit de aardbodem en blies de levensadem (nesjama) in de neus; alzo werd de mens een levend wezen (nefesj)’. Het woord nefesj betekent behalve adem ook ziel. Het staat voor lichaam en ziel samen, als een gevoelsmatige kern, een ‘ik’ dat kan verlangen naar iets, zowel in positieve als negatieve betekenis. Zo kan je ziel, je ‘nefesj’, dus verlangen naar God, zoals in psalm 42:2 en 3: Zoals een hinde smacht naar stromend water,/Zo smacht mijn ziel (nefesj) naar U, o God. Mijn ziel (nefesj) dorst naar God, naar de levende God…. In het Nieuwe Testament betekent het Griekse woord ‘pneuma’ zowel adem, wind als geest. In Johannes 3:8 zien we zelfs twee betekenissen van pneuma: “De wind blaast, waarheen hij wil, en u hoort zijn geluid, maar u weet niet, vanwaar hij komt of waar hij heengaat; zó is een ieder, die uit de Geest geboren is”.

Mediteren is als ademen. Je kunt tijdens het mediteren ervaren, dat, als je de adem zijn gang kunt laten gaan en niet ingrijpt, dat je dan geen adem hoeft ‘te halen’, maar dat je als het ware ‘geademd wordt’, dat de adem je ‘overkomt’, alsof het ‘in jou ademt’. In de uitademing, waarbij je je leeg ademt, maak je je gereed om in de inademing, de levensadem te ontvangen. Wanneer je vanuit een stille aandacht bij het ervaren van de ademhaling aanwezig kunt zijn in het hartgebied, de hartchakra, ontsluit zich geleidelijk aan de eigen binnenruimte, het eigen innerlijk waarin Gods aanwezigheid en inwerking in het hart opgemerkt kan worden. De adem kan in het hart, in de hartchakra, als communicatie met Gods levensadem (Gods ruach) ervaren worden.

Annemarie van Wijngaarden en Rob Boersma

 

primi sui motori con e-max.it
Onze nieuwsbrief >