God

De gouden parel aan de levensparels-armband of rozenkrans, die we in de mediatiegroep gebruiken, is de ‘parel van God’. Het is de parel die centraal staat in de meditatieavond van 22 maart.

 

De parel van God herinnert ons er aan dat er een Meer is in ons leven, in onze werkelijkheid. Vroeger zagen velen Hem als een bovennatuurlijk wezen die in onze werkelijkheid kan ingrijpen (maar dat niet altijd doet, wat voor veel mensen reden is om zich atheïst te noemen). In deze tijd is Hij voor velen een alomvattende Geest, in wie wij leven en ons bestaan hebben, en die de grond voor liefde en vertrouwen is en als een roepstem of als een zachte dwang in ons werkzaam is.

Volgens Anselm Grün heeft God het verlangen in onze ziel gelegd om Hem te zoeken. Dat verlangen is het spoor dat God in ons hart heeft getrokken om hem te vinden. Ook al zien en ervaren wij God’s aan-en inwezigheid vaak niet, zijn spoor dat wij in ons hart dragen, dit verlangen voelen wij wel af en toe. In het bijbelboek ‘Hooglied’ wordt dit verlangen ook van God naar ons als in een liefdesrelatie beeldend vertolkt: “Ik sliep, maar mijn hart was wakker. Hoor! mijn lief klopt aan!” We leven vaak alsof we slapen, maar soms, diep van binnen, worden we wakker en horen een klop op de deur. Ergens roept er iets, ergens verlangt Iets of Iemand naar ons. Ons hart is wakker – nu de rest nog. Marc Chagall heeft die roepstem in ons heel teder in bovenstaand schilderij uitgebeeld.

We kunnen dit verlangen ook onderdrukken door helemaal op te gaan in ons dagelijks leven. Als wij echter bereid zijn te luisteren naar de roep van ons verlangen en naar de roepstem van God in ons , kan er een omkeer plaatsvinden, die soms gepaard gaat met een radicale omvorming van ons leven met zijn oude levenspatronen.

Henri Le Saux, een  Benedictijnse monnik en een van de pioniers op het gebied van de dialoog tussen Christendom en oosterse godsdiensten zegt over het zoeken van God:  “Zoek God tot je hem vindt, voorbij elke gedachte over hem en voorbij elk aanvoelen van hem, voorbij de gedachte die je hebt over zijn ‘ondenkbaarheid, voorbij de ervaring die je hebt van zijn ‘onervaarbaarheid’. En om God te zoeken, zoek ook jezelf, voorbij het wezen waarvan jij je bewust bent dat het waarneemt, dat het voelt, dat het denkt; voorbij het wezen dat zich bewust is dat het zich waarneemt, zichzelf voelt, zichzelf denkt. Zolang je nog een bewustzijn hebt van jezelf, heb je jezelf nog niet bereikt. Je bent even ver van jezelf als God ver van jou is. God is even dichtbij, als jij dichtbij je-zelf bent.”

Jezelf zoeken betekent dus ook jezelf steeds opnieuw door God in twijfel laten trekken. We zoeken naar God niet als naar iets wat we kunnen verwerven of bezitten. En wij vragen naar Hem niet als naar een object waarover je uiteindelijk alles te weten kunt komen zoals we zojuist lazen bij Le Saux. Wij vragen in ons zoeken naar God als mensen die eerst door God bevraagd zijn: of wij waarachtig mens zijn, wie wij eigenlijk zijn of wat wij doen echt klopt. God zoeken houdt ook in: zoeken naar ons authentiek mens-zijn. Le Saux zei hetzelfde anders: “God is even dichtbij, als jij dicht bent bij je-zelf”. Het betekent dat we niet kunnen blijven stilstaan bij wat we al hebben bereikt. Op weg naar God zijn we altijd in beweging, blijven we God-zoekers.

God blijft ons bevragen. Net als aan Adam vraagt Hij aan ons: “Waar ben je? “(Gen: 3:9). Anselm Grün vertaalt het in het boek “God als u er bent’ deze kernvraag van God  ‘Waar ben je?’ in een aantal prikkelende vragen: “Waar sta je? Ben je werkelijk daar waar je je op dat moment bevindt? Of ben je met je gedachten en verlangens heel ergens anders? Laat je je door Mij vinden of ben je op de vlucht? Verberg je je net als Adam omdat je God uit de weg wilt gaan?”

Annemarie van Wijngaarden en Rob Boersma

primi sui motori con e-max.it
Onze nieuwsbrief >