Het Geheim

God, ik weet het niet wat ik bedoel.

Ik bedoel, want eindeloos probeer

Ik te zeggen wat ik zeggen wil,

Ik bedoel een licht dat niet bestaat,

Ik bedoel het goddelijk gelaat

Dat onzichtbaar is, de stem zo stil.
Schulte Nordholt (1920-1995)

 

In de meditatieavond van 22 februari staat één van kleine witte parels, de ‘ Mysterie of Geheim parels’ van de door ons gebruikte  moderne rozenkrans centraal. De rozenkrans bestaat uit 18 parels die de kernbegrippen uit ons leven en het geloof weerspiegelen. Het bidden van de ‘klassieke’ rozenkrans bij katholieken gaat dikwijls gepaard met het gedenken van de twintig zg. geloofsgeheimen. of mysteriën. De twintig geloofsgeheimen kunnen in vier groepen ingedeeld worden: de ‘blijde’, de ‘droevige’, de ‘’glorievolle’ en sinds 2002, op instigatie van de paus, ‘de vijf geheimen van het Licht’. In totaal geven deze ‘geheimen’ een soort samenvatting van het evangelie.

Wij willen in deze meditatieavond het geheim van ‘Gods aan- en inwezigheid’ centraal stellen. We cirkelen in de verschillende meditaties rondom het geheim van zijn verborgenheid, maar ook hoe Hij zich vanuit zijn verborgenheid kenbaar maakt, aanwezig is in alle dingen in ons leven. Dat betekent niet dat wij Hem ook altijd als Aanwezige ervaren. Vaak wordt God, in alledaagse maar ook in moeilijke situaties als Afwezige ervaren. Toch wordt Gods aanwezigheid ook  in crisissituaties ervaren zoals bij Job, waarin hij uiteindelijk, na een lijdensweg, tot de conclusie komt  “Eerder had ik slechts over u gehoord, maar nu heb ik u met eigen ogen aanschouwd” (Job 42:5). Dat was ook het geval bij Etty Hillesum en theoloog Dietrich Bonhoeffer die in hun dagboeken hun Godservaringen  beschrijven naar aanleiding van hun penibele situaties in gevangenschap in de Tweede Wereldoorlog. Het blijken aangrijpende ervaringen wanneer Gods aanwezigheid soms plotseling ervaren kan worden, zoals in: een eenheidsbeleving, een aanraking met een transcendente werkelijkheid of in een beslissende ontmoeting die tot een volledige ommekeer en een ongekende  solidariteit met andere mensen leidt, kortom een mystieke ervaring waarop een mystieke weg volgen kan. Taal schiet dan tekort om zo’n Godservaring onder woorden te brengen. De mysticus en de dichter echter kunnen het niet laten om toch te spreken waarover niet gesproken kan worden zoals het tastend zoeken van de dichter Schulte- Nordhold in de koptekst of Dag Hammarskjöld, een moderne mysticus en secretaris generaal van de VN van 1953 tot 1961. Vlak voor zijn tragische dood, op Pinksterdag!, schrijft hij in zijn dagboek ‘Merkstenen’ : 

'Ik weet niet wie - of wat - de vraag stelde.
Ik weet niet wanneer zij gesteld werd.
Ik herinner me niet dat ik antwoordde.
Maar eens zei ik ja tegen iemand - of iets.
Vanaf dat moment heb ik de zekerheid dat het leven zinvol is ...' .

Deze mystieke of Godservaring overviel Dag Hammarskjöld zoals dat op soortgelijke wijze anderen overkwam. Hij werd getroffen door de aanwezigheid van iets dat veel groter is dan hij zelf, hij werd opgetild boven de alledaagse werkelijkheid, waarbij zijn persoon, zijn ‘ik’, oploste in dat gevoel. Zo´n  Godservaring is niet te bewerkstelligen of af te dwingen. Men kan zich open stellen, zich richten op God, maar zo’n mystieke ervaring blijft zeldzaam. Al kunnen we wel iets van de ervaring van Dag Hammarskjöld herkennen.

Een Godservaring, of mystieke ervaring is geen noodzakelijk voorwaarde voor een besef van Gods aanwezigheid. Vertrouwen hebben in Gods aanwezigheid, in Gods liefdevolle nabijheid kan groeien vanuit de inspiratie van het verhaal hoe Hij zich aan Mozes kenbaar maakte (Exodus 3:13-15). Ik ben  JHWH staat er in het Hebreeuws. Het betekent iets als: Ik zal er zijn’ of ‘Ik ben die ik ben’. Een heel diepzinnige naam. Het volk mag op Gods aanwezigheid rekenen: ‘Ik zal er zijn’. God is niet alleen een God van het verleden maar ook van het heden in alle omstandigheden. In Jezus is God op de wereld en daarmee de mensen nabij gekomen getuige ook zijn bijnaam ‘Immanuel’, ‘God met ons’. (Contemplatief) gebed en christelijke meditatie kunnen helpen dit vertrouwen dieper te verankeren waarin we geleidelijk aan zijn aanwezigheid in alle dingen kunnen  gaan opmerken.

Judith van der Werf onderscheidt twee vormen van deze opmerkzaamheid: als belofte en als appèl .”Als belofte: wij merken in de natuur, in de geschiedenis van ons mensen, in de lotgevallen van onszelf en dierbaren, dat we er niet alleen voorstaan, dat er een heilzame, liefdevolle kracht is, die ons ondersteunt en de weg wijst. Als appèl: wij beseffen dat die liefdevolle God ons oproept om zijn bondgenoot te zijn in zorgzame en liefdevolle omgang met de schepping, met medemensen, met onszelf.`” Het kunnen leven vanuit dit vertrouwen is heilzaam en kan ons doen groeien tot wie wij door God ten diepste bedoeld zijn. Met vallen en opstaan leren wij onze schaduwkanten met mildheid en geduld onder ogen te zien en op te nemen en ons meer toe te vertrouwen en over te geven aan wat van der Werf ‘een zachte dwang in onszelf’ noemt, de inwoning van Gods Geest, Gods inwezigheid in ons. We kunnen deze inwezigheid niet afdwingen. Wel kunnen we in meditatie of gebed vanuit een open, latende, liefdevolle houding naar onszelf  en alles wat is, in vertrouwen afdalen naar de bodem van onze binnenwereld in ons hart en daarin aanwezig zijn. Vanuit dit aanwezig zijn kan een verbinding met de Aanwezige ontstaan waarin de Geest, Gods inwezigheid werkzaam kan zijn.

Annemarie van Wijngaarden en Rob Boersma

primi sui motori con e-max.it
Onze nieuwsbrief >