Liefde ontvangen

‘Dat er ook iets van ‘Liefde’ in je komt, niet zo een luxe-liefde van een half uurtje, waar je heerlijk in zwelgt, trots op je eigen verheven gevoelens, maar liefde, waar je iets mee kunt doen in de kleine dagelijkse praktijk.’  Etty Hillesum

In dit dagboek fragment van Etty Hillesum over ‘liefde die in je komt’ heeft zij het over twee soorten liefde. Als eerste de vorm van liefde die de Grieken ‘eros’ noemen die alles te maken heeft met erotiek en seksualiteit. De gepassioneerde liefde, waarvan de liefde die vrouw en man voor elkaar hebben archetypisch is. De  andere vorm is de liefde die agapè wordt genoemd. Agapè, de liefde waar het in bijbelse zin om gaat. De liefde die eerst van God ontvangen is om vervolgens  uitgedeeld te worden. De vorm van liefde die ‘om niet’ ontvangen wordt om vervolgens in gevende liefde uitgedrukt te worden. Liefde geven en ontvangen zijn in de liefde als agapè een eenheid, niet te scheiden wel te onderscheiden.  Etty verlangt in dit fragment niet naar de liefde als eros, maar verlangt ernaar de liefde als agapè te mogen ontvangen, ook al zou zij dit als niet-christen zo misschien niet genoemd hebben.

Paus Benedictus XVI is in zijn encycliek “Deus caritas est” (God is liefde) uit 2006 milder over eros dan Etty, wanneer hij zegt dat “ook de liefde als eros een plaats heeft”. “Maar om werkelijk gelukkig te worden”, gaat hij verder, “mag de mens zich met eros, met het zoeken naar een kortstondig plezier, niet tevreden stellen ”. Benedictus geeft aan dat, om de mens niet alleen vluchtig genot te schenken, eros beheerst en gezuiverd moet worden, waardoor eros getransformeerd kan worden tot een spirituele eenheid waarin het andere aspect van de liefde, de agapè ontmoet kan worden. Agapè drukt volgens Benedictus de ervaring van liefde uit: “de werkelijke ontdekking van de ander en daarmee het overwinnen van de zelfzucht (…). Liefde wordt nu zorg om en voor de ander. Ze zoekt zichzelf niet meer – het verzinken in de bedwelming van het geluk – ze wil het goede voor de geliefde, ze wordt onthouding, ze wordt offerbereid, ja ze wil zelfs offers brengen. (…) Ja, liefde is ‘extase’, maar geen extase in de zin van het bedwelmende ogenblik, maar extase als een voortdurende weg uit het in zichzelf opgesloten ‘ik’ naar het loslaten van het ‘ik’, naar overgave en juist zo naar het vinden van zichzelf, ja, naar het vinden van God: ‘Wie zijn leven tracht te redden, zal het verliezen en wie het verliest, zal het behouden’ (Lc 17,33) zegt Jezus.

Door de liefde buiten te sluiten, haar niet kunnen of willen ontvangen, verliest de mens het leven. De kracht van de werking van de liefde in ons brengt Johannes onder woorden in 1Joh 4,12-13. Hij omschrijft haar als “God die in ons woont en wij die in God wonen: een zeer innige relatie tussen God en mens”. Ook hier dringt zich de vergelijking met een liefdesrelatie tussen geliefden op. Liefde groeit door liefde. Ze is ‘goddelijk’ omdat ze van God komt en ons met God verenigt, en in dit proces van eenwording maakt ze ons tot een ‘wij’, dat al onze verdeeldheid overwint en ons één laat worden, zodat uiteindelijk ‘God alles in allen’ is (vgl. 1Kor 15,28). Eros en agapè – begerende en schenkende liefde – zijn de twee facetten van de liefde en kunnen volgens Benedictus niet van elkaar gescheiden worden: “In werkelijkheid laten eros en agapè – opstijgende en neerdalende liefde – zich nooit helemaal van elkaar scheiden. Hoe meer die twee, in verschillende dimensies, in de juiste eenheid met elkaar geraken in de ene werkelijkheid van de liefde, des te meer verwerkelijkt zich het ware wezen van de liefde. Ook al is eros op de eerste plaats verlangend, opstijgend – gefascineerd door de grote belofte van het geluk – toch zal hij, als hij de ander nader komt, steeds minder met zichzelf bezig zijn, steeds meer het geluk van de ander willen, steeds meer zorg voor de ander hebben, zichzelf schenken, er voor de ander willen zijn. Het element van agapè doet zijn intrede, anders raakt eros in verval en verliest ook zijn eigen wezen. Van de andere kant is het ook onmogelijk voor de mens om alleen van de schenkende, neerdalende liefde te leven. Hij kan niet alleen maar geven, hij moet ook ontvangen. Wie liefde wil schenken, moet haar zelf ook krijgen.” 

Om de (A)ander lief te kunnen hebben zullen we eerst zelf moeten toelaten, beseffen en ervaren dat we geliefd zijn. Wie zich niet geliefd weet kan ook de ander moeilijk liefhebben. Jezus zegt hierover in Joh.15:12-13 : “Jullie moeten elkaar liefhebben zoals ik jullie heb liefgehad ”. Daarmee wijst Jezus op een bron  die buiten onszelf ligt: we moeten de ander niet liefhebben die, om zo te zeggen, uit onze tenen komt, maar met de liefde die  we van God zelf ontvangen.

Veel mensen, ook christenen hebben de gevende kant (van hun geloof) sterk ontwikkeld maar hebben  problemen met de ontvangende kant van de liefde. Concreet kan dat zijn in de vorm van moeite of niet kunnen ontvangen van en openstaan voor hulp, zorg, een compliment of een cadeau. Men reageert met een gevoel van verlegenheid, afwending of zelfs schaamte. Men is niet of moeilijk in staat om oprecht  te ontvangen en verbondenheid te voelen. Vanuit de opvoeding heeft men geleerd dat (liefde) geven nobeler is dan ontvangen. John Amodeo  wijst er in zijn boek ‘Dancing with fire’ op dat het ‘liefde geven boven ontvangen stellen’ vijf verborgen nadelen heeft:

  1. Angst voor intimiteit: Ontvangen schept een moment van verbinding. Door geven belangrijker te maken worden mensen makkelijk op een afstand gehouden en het hart gesloten.
  2. Controle loslaten: door te geven heb je controle over de situatie. Ontvangen maakt kwetsbaar.
  3. Ben je het wel waard? Ontvangen maakt ongemakkelijk als geleerd is dat er iets tegenover moest staan zoals een prestatie of wederdienst.
  4. Ontvangen is egoïstisch: Religie en cultuur hebben zeker in het verleden geleerd dat ontvangen egoïstisch is. Het leven ging over lijden en niet over geluk. Over onszelf wegcijferen en niet teveel ruimte innemen en met schaamte om te ontvangen. Tegenwoordig zien we echter het tegenovergestelde: een uit de hand gelopen narcistisch ‘ik heb er recht op’. Maar tegenover dit hebberige narcisme staat een vorm van gezond gevoel van eigenwaarde en genieten van wat het leven te bieden heeft. Ontvangen met een gevoel van nederigheid en dankbaarheid hoort daar ook bij – als onderdeel van een ritme van geven en ontvangen dat ons in balans houdt.
  5. Voor wat hoort wat: Een weerstand om te ontvangen om niet in het krijt te staan bij de ander. Een compliment of cadeau wordt dan gezien als vorm van manipulatie.

Zoals eerder gezegd, door het ontvangen van liefde buiten te sluiten verliest de mens het leven. Christelijke meditatie kenmerkt zich door ontmoeting met God die ons in het bestaan geroepen heeft. In meditatie krijgt die ontmoeting een liefdevolle kwaliteit mee: in God worden we betrokken in een beweging van in – en uitstromende liefde. Een liefde die we zelf kunnen geven, omdat we hem eerst hebben ontvangen.

Annemarie van Wijngaarden en Rob Boersma

 

primi sui motori con e-max.it
Onze nieuwsbrief >