Groeien

Ik ben gaan zien dat het geloof een organisme is dat groeit met de tijd. Blijft het stabiel dan sterft het. Wil het voortleven, dan moet het kunnen veranderen. Godfried Bomans (1913-197)

Op de meditatieavond van 6 april is het Paasfeest al voorbij. Paasfeest, het feest van omkeer of omkering tot concrete vernieuwing. We vieren het nieuwe leven vijftig dagen lang tot Pinksteren. Alles doet daaraan mee: de lente  als ‘de dageraad van het jaar’ is nu in volle gang. Alles in de natuur ontwaakt, groeit, vernieuwt zich, is fris en vol beloften. De toenemende kracht van de zon als beeld van het licht dat het donker overwint, de graanoogst die van Pasen tot Pinksteren loopt en verwijst naar Gods toekomst. Het ritme van het liturgisch jaar is verankerd in ons concrete bestaan. De weg van God is niet iets anders dan het gewone soms harde leven, maar ligt er midden in.

Dit ontwaken, de omkeer en het groeien gaan dan ook niet zonder slag of stoot; het is  vaak een worsteling. Dat wat opkomt in de drang tot groei is nog kwetsbaar en kan gemakkelijk gestoord of zelfs vernietigd worden. Een verdere worteling is nodig om groei naar buiten mogelijk te maken om uiteindelijk tot volwassen bloei te komen. In deze periode van  omkering naar concrete vernieuwing gaat het om een groeiende openheid voor wat er aan je gegeven wordt, met wie je verbonden bent, hoe de weg jóu wil gaan in plaats van  het leven te willen controleren en krampachtig in eigen hand te willen houden. Omkeren van alleen maar leven vanuit  de narcistische  ik- en  doelgerichte ideeën, plannen en drijfveren naar een bestaan waarin je  oog krijgt voor wat er naar jou toekomt en wat er van binnenuit in je beweegt. Maar hoe kunnen we bewegen en groeien vanuit deze kinderlijk onvolwassen levens- en vaak ook geloofshouding  naar een volwassen levenshouding en geloof?

Volwassen worden betekent niet dat we het leven in de hand hebben, integendeel. Een onvolwassen levenshouding herken je zoals gezegd aan het egocentrische: alles heeft met de eigen persoon te maken. De sjacherijnige reactie van je chef in de vergadering op een voorstel van jou, heeft niets te maken met zijn recente echtscheiding, maar is een aanval op jou. Alles ligt aan mij, het geluk en het ongeluk van mijn omgeving en van mijzelf. Er is een magisch idee van macht. Alles in het bestaan zou ik moeten kunnen beïnvloeden, door de macht van positief denken, door energiestralen te sturen, door de juiste vitaminen of door mijn gebed. Het is duidelijk dat onze cultuur al wel mondig is, maar nog vol van kinderlijke aspecten. Onvolwassen elementen ook in ons geloof en ons kerk-zijn hebben volgens Jean Jacques Suurmond  ‘vooral te maken met een ik-gerichte manier van denken en beleven. Dan moet de kerk een geruststellende moeder of vermanende vader zijn, of hoedster van vastomlijnde opvattingen over geloof en gedrag. Dan is God niet meer dan een verlengstuk van onze behoeften en een projectie van onze eigen angst, onzekerheden en schuldgevoelens. Het is onvermijdelijk dat dit het geval is - zo begint elk geloof. We kunnen de kindertijd niet overslaan, maar we hoeven er ook niet in te blijven hangen.’

Begrijpelijk dat Freud, de grondlegger van de psychoanalyse, het bestaan van religie verklaarde vanuit motieven als schuld en angst. Wat hij volgens Willem van der Horst in ‘Met beide benen op de grond’ niet zag is ‘dat religie ook een uiting is van andere eigenschappen, zoals verwondering over de grootsheid van de schepping en de Schepper en verlangen naar schoonheid en zuiverheid. Er zijn veel meer motieven voor religie te ontdekken dan onzekerheid, angst en schuld alleen. Freud was niet in staat dat in te zien.’ Blijkbaar had zijn eigen kinderlijk afweerpatroon uit zijn schuldbeladen kindertijd hierin een rol gespeeld. Freud betitelde religie  daarom als ‘een ziekte’.

Rümke (1893-1967), hoogleraar ontwikkelingspsychologie en psychiatrie én psychiater, collega van Freud stelde dat juist ongeloof een ontwikkelingsstoornis is. Hij zei dit niet om het christelijk geloof te verdedigen. Op basis van zijn decennia lange ervaring als psychiater was hij tot de conclusie gekomen dat ‘religiositeit geen stoornis is en ook geen teken van onvolwassenheid’. Integendeel!  Rümke stelde dat afhankelijkheid een wezenskenmerk is van het menselijk bestaan. Dat het,  integendeel, juist  volwassen is om tot die erkenning te komen en je vervolgens aan die hogere macht over te geven

Het ontkennen van die afhankelijkheid noemt Rümke een ontwikkelingsstoornis. Bij volwassen worden hoort het  groeiende besef deel uit te maken van familie en samenleving. Maar, zegt van der Horst, die staan ook niet op zichzelf. ‘Elk mens neemt zijn plaats in in de geschiedenis, cultuur en de kosmos. Vroeg of laat merkt elk volwassen mens dat hij niet het centrum van de wereld is, maar slechts een schakel in het geheel.’ Rümke noemt dit de ‘oergrond van het bestaan’. Van der Horst komt bij zijn studie van Rümke tot de conclusie dat die oergrond bij Rümke‘ geen anonieme, onpersoonlijke kracht of grond is. Hij ziet de grond onder het menselijk bestaan als persoonlijk en daarom is het volgens hem zuiverder deze oergrond te benoemen als God. Het past bij ons mens-zijn om hem zo te benoemen. De mens is zich bewust dat hij een relationeel wezen is. Daarom kan die oergrond ook niet goed  beleefd worden als een anoniem iets. Die oergrond vormen wij daarom om tot een persoonlijke God. Zo verklaart Rümke, volgens van der Horst, het geloof in God op een antropologische wijze. ‘Daarom zal de volwassen mens de behoefte hebben om zinvol en verantwoord op God te reageren. God is zoveel groter dan de mens, daar kan hij zich alleen maar aan over geven. Volgens  Rümke is overgave aan God: gehoorzaam zijn aan het leven zelf. Antwoord geven op het leven zelf, door je aan dat leven over te geven.’

Dat ‘antwoord geven op het leven zelf, door je aan dat leven over te geven’ is volgens  Suurmond noodzakelijk.  ‘Om te kunnen groeien naar een volwassen geloof (en van daaruit een volwassen kerk) hebben we allereerst het besef nodig dat groei nodig is én mogelijk’. Geloof als een innerlijke pelgrimage, waarin we platgetreden, kinderlijke geloofspaden  willen verlaten en op weg durven gaan, groeiend in volwassen geloof.

Annemarie van Wijngaarden en Rob Boersma

                                                   
 

primi sui motori con e-max.it
Onze nieuwsbrief >