Wachten

Het visioen – al wacht het de vastgestelde tijd nog af –, hijgt niettemin naar zijn vervulling en het vertelt geen leugen. Al blijft het ook uit, geeft het wachten niet op. Want komen doet het beslist en het komt niet te laat. (Habakuk 2:3).

Op 16 december is de laatste meditatieavond van dit jaar. Vijf dagen later, op 21 december is het de kortste dag. De winter, als de nacht van het jaar, is in aantocht. De aarde, de dieren vertragen en verstillen. Zij bereiden zich voor op de winterslaap en wachten op het licht en het nieuwe leven dat zich steeds weer in het vroege voorjaar aandient. De verstilling van de winter voltrekt zich niet alleen in de natuur maar, als we meegaan met het ritme van de natuur, ook in ons wanneer we onszelf durven toestaan stil te vallen. “Stil worden is een van de eerste stappen bij het mediteren. Verstilling is ook een van de elementaire dimensies op de geestelijke weg”, zegt Lex Boot in het boek ‘Mediteren in het ritme van de tijden’. “Het brengt ons in een innerlijke grondhouding waarin we ervan afzien om zelf nog van alles te plannen, te willen, te denken en te doen. Het is een stil wachten op bewegingen van God, die zich soms een tijdlang verborgen houdt ”.

Op 16 december zitten we ook midden in de adventperiode die ons hierbij kan helpen. De adventsperiode is bedoeld als een tijd van voorbereiding: een periode van inkeer en bezinning, van rust en ingetogenheid om ons innerlijk en uiterlijk af te stemmen op het komende kerstfeest. Advent is een periode die ons letterlijk gelegenheid biedt om te verlangen, om te wachten en te verwachten, om uit te zien naar het komende licht dat in deze donkere dagen de duisternis verdrijft. Maar wat is het waar we werkelijk op wachten en verwachten in deze tijd van crisis in zoveel vlakken van het bestaan? Leven wij mensen niet vooral ‘met het oog op de toekomst’? Toekomst, wat komen gaat, houdt ons het meest bezig. Daar hebben we zorg over, daar verwachten we wat van. We zijn er onzeker over, niet zelden bezorgd, of kijken er hoopvol naar uit. Misschien is heel de gedachte van de Advent wel ontstaan in crisistijd! Mensen leven vooruit, zo sterk zelfs dat het hen uit het heden weg trekt. Dat is zo in alle tijden van ons leven. Maar het is het sterkst in tijden van crisis, in welke vorm dan ook. In crisistijd stellen we ons de vraag: wat hebben we nog te verwachten? Hoe ziet de toekomst er uit? Zal het anders worden? In tijden van crisis krijgen of nemen de profeten het woord. Mannen die de moed niet verliezen zoals in bijbelse tijden de profeet Habakuk (zie koptekst).

Maar ook in onze tijd waren en zijn er profeten zoals Vaclav Havel, Tsjechisch dissident, schrijver, president die op 18 december 2011 stierf. In crisistijd had hij een boodschap voor zijn volk, een boodschap van hoop en verwachten die ook ons kan helpen. Die luidde: Er zijn twee manieren van wachten. Hij verwees daarbij naar een(absurd) toneelstuk van de Ierse schrijver Samuel Beckett, ‘Wachten op Godot’ waarin twee personages - Vladimir en Estragon - tevergeefs wachten op een zekere Godot, een persoon (God!?) die nooit zal komen. De eerste manier vergelijkt Havel met de mensen die wachten op Godot, op een God die zou moeten ingrijpen. Het is het wachten van mensen die in zichzelf opgesloten zitten. Ze zijn omsingeld en ingesloten. Ze wachten, maar ze hebben geen hoop dat er een uitweg is. Ze zitten gelaten bij elkaar. Ze hebben eigenlijk niet de fut om nog iets te doen. Ze geloven er niet meer in.

En toch – dat is mensen ingebakken – zit er nog een sprankje verwachting in: een vaag vermoeden van heil dat van buitenaf zou moeten komen. Het tragische van deze manier van wachten is, dat Godot nooit komt. Waarop gewacht wordt bestaat niet. Of als het lijkt te komen, dan is dat alleen maar schijn, een surrogaat van hoop, een illusie, een doekje voor het bloeden. Het is de verwachting van mensen zonder hoop. Een verwachting die gevoed wordt door wanhoop en vrees. Mensen in crisis komen vaak niet verder dan dat.Havel noemt dat ‘een tragisch wachten’. De tweede manier van wachten noemt Havel een oefening van geduld. Die wordt gevoed door geloof: je moet verzet bieden, dissident durven zijn. Zonder te weten of het ooit vrucht zal dragen. Steeds opnieuw je niet van de waarheid af laten brengen en je laten dragen door de overtuiging dat het zaad ooit wortel zal schieten. Dat is wachten als geduld oefenen. Het is een open en actieve verwachting, geen ongeduld uit moed der wanhoop. Maar het bestaan en de geschiedenis zijn niet maakbaar. Een plant kun je niet omhoog trekken om hem sneller te laten groeien.

Zo is leven de vreugdevolle deelname aan het wonder van het bestaan. Geduld oefenen betekent: leren wachten, luisteren, voelen, proeven; elk verschijnsel de vrijheid gunnen en geven. Nederig en liefdevol, geduldig zaaien; koppig water blijven geven. Het vertrouwen niet verliezen dat de waarheid het zal winnen van de leugen. Zo is leven de vreugdevolle deelname aan het wonder van het bestaan. In de cadans van de seizoenen kan de periode van de winter ons goed helpen om door de meditaties heen te oefenen in dit verstilde geduldig actief wachten.

Annemarie van Wijngaarden en Rob Boersma

 

 

 

primi sui motori con e-max.it
Onze nieuwsbrief >