Vergankelijkheid

7.Eet daarom je brood met plezier en drink je wijn met een opgewekt hart. Dat heeft bij voorbaat Gods zegen. 8. Ga altijd feestelijk gekleed en zorg steeds voor parfum op je hoofd. 9. Geniet van het leven met de vrouw van je hart; van heel het ijdele en kortstondige bestaan dat God je geeft onder de zon. Dat is het enige dat je krijgt in dit leven voor al je harde werken en tobben onder de zon. 10. Grijp met beide handen de kansen die je nu krijgt, want in de onderwereld waarnaar je op weg bent is het afgelopen met denken en doen, met kennis en wijsheid. 11. Nog iets anders zag ik onder de zon: niet altijd winnen de snelsten de wedloop of de dappersten de oorlog. Het zijn niet altijd de wijzen die te eten hebben, de verstandigen die rijk worden of de deskundigen die bijval krijgen. Alles hangt af van tijd en toeval. (Prediker 9: 7-11)

De herfst is de tijd van oogsten, vruchten loslaten, kleurrijke transformatie en nu, eind november, het afsterven en langzaam voorbereiden op de winter. De planten en bomen brengen hun kracht tot diep in de wortels terug, zodat ze in het voorjaar weer opnieuw kunnen gaan bloeien. Niet alleen de natuur kent een kringloop. Ook de kerk(elijke liturgie) kent een kringloop. Op de laatste zondag van november, die Eeuwigheidszondag of Voleindingszondag wordt genoemd, wordt het kerkelijk jaar afgesloten met het herdenken van mensen uit de gemeente die in het afgelopen jaar overleden zijn. Samen met hun familieleden staan wij bij hun leven stil. Van iedere overledene wordt de naam genoemd en een kaars aangestoken. Gemeenteleden staan op deze ‘gedachteniszondag’ stil bij overleden dierbaren en kunnen een kaars aansteken. Katholieken doen dit op ‘Allerzielen’ op 2 november. Na de gedachteniszondag begint het nieuwe kerkelijke jaar met de adventsperiode, de weken van verwachting voorafgaand aan het kerstfeest, het feest van de geboorte van Jezus. Ook al is de gedachteniszondag niet echt een kerkelijk feest, het is wel in dit jaargetijde een goed moment om stil te staan bij de vergankelijkheid van het leven.

 Stil staan bij en nadenken over de vergankelijkheid van het leven, de moeite’s van het bestaan, de dood en het lijden is niet om depressief te worden en geen vreugde meer in het leven te scheppen. Het gaat er hierbij juist om een meer realistische kijk op het leven te krijgen en onszelf bevrijden van gehechtheid en valse verwachtingen. ‘Panta rhei’, is een bekende uitspraak van de Griekse filosoof Heraclitus. Het betekent: alles stroomt, alles is in beweging. Ons leven is een beweging van opgaan, blinken en verzinken.

Meer dan in een andere levensfase wordt de ouder wordende mens met deze levensbeweging geconfronteerd en daarin met het loslaten van dat wat voor hem/haar van betekenis is in zijn leven. Mensen die dierbaar zijn, gezondheid, afnemende energie, werk, andere zaken. We beschouwen veel zaken die voortdurend veranderen als constant en onveranderlijk waardoor we overstuur raken wanneer ze veranderen. We ervaren pijn en verwarring omdat we niet realistische verwachtingen van mensen en zaken hebben, waaraan niet voldaan wordt. We zullen afscheid moeten nemen van datgene wat het leven niet meer doorlaat: doodgelopen vriendschappen, onze eigen illusies of het verval van oude waarden en gedachten die niet meer levensvatbaar zijn. Alles in onze wereld blijft niet zoals het is, alles verandert aldoor. Het leven vraagt van ons om mee te gaan in dat voortdurend veranderen. Hoe gaan we om met het natuurlijke gegeven van groei, bloei, rijpen en afsterven? In het bijbelboek Prediker beschrijft de schrijver niet alleen de moeite’s en de vergankelijkheid van het leven, maar wijst hij ook op de vreugdevolle, de goede dingen van het leven als gaven van God. Prediker erkent dat God de Schepper is van de wereld.

Pieter Claesz , stilleven uit 1628, een typisch Vanitas schilderij. Afgebeeld zijn diverse elementen die vergankelijkheid weergeven, zoals de doodskop, ganzenveer, schrijfblok en het uurwerk. Let op de meesterlijke reflectie in de bol, een miniatuur zelfportret.

 

‘In het zweet uws aanschijns zult ge uw brood eten totdat gij tot de aardbodem wederkeert' schrijft hij allereerst over de moeite’s van het leven. In onze tijd heeft een kwart van alle werknemers last van vermoeidheidsklachten en vier tot zeven procent van de werknemers heeft last van klachten die wijzen op een burnout. Velen zijn in een ‘ratrace’ beland waarin nog harder werken op termijn een uitzichtloze race is totdat ze 'tot de aardbodem wederkeren'. Wat is nu de gelovige levenshouding tegenover dit sterk door de dood begrensde leven, vol draven en slaven, geld verdienen, diploma's halen, de zaak uitbreiden, streven naar een hogere productie of een ruimer huis? 'Welk voordeel heeft de mens van al zijn zwoegen, waarmee hij zich aftobt onder de zon’, vraagt Prediker. Zijn antwoord luidt: het hele leven is ijdelheid en al ons zwoegen najagen van wind. ‘Lucht en leegte, het is allemaal leegte’! Niemand ontkomt aan de vergankelijkheid of vanitas. Vanitas – ijdelheid der ijdelheden! Prediker was misschien wel zijn tijd ver vooruit. Deze stem heeft sindsdien geklonken. Zelfs in de rijke 17e eeuw treffen we overal dit motief aan. Nu eens in de vorm van een schedel, dan in een verwelkte tulp, uurwerk, ganzenveer of uitgewaaide kaars. In tal van allegorische voorstellingen herinneren de schilders van de 17e eeuw aan de tijdelijkheid van het leven, aan de vergankelijkheid van alle schoonheid, rijkdom en wijsheid, en daarmee aan de stem van Prediker (zie schilderij Pieter Claesz met begeleidende tekst). Heidegger en vele romanciers en filosofen ná Prediker hebben dezelfde zinloosheid onder woorden gebracht. Hetzelfde lijden aan het leven. Prediker, of ‘Qohelet’ zoals zijn Hebreeuwse naam luidt, spreekt ook voor de qohelets van de 21e eeuw, als voorspreker van mensen in Syrië, Irak, Eritrea en Afghanistan. We kunnen de stem van Prediker met al ons idealisme niet wegdrukken. Er gaat een zucht van vergankelijkheid door de wereld. En vluchtig is ons leven, als een damp. Lucebert sprak van ‘het besef een broodkruimel te zijn aan de rok van het universum.’ Een droevige constatering? Niet alleen maar! Er schuilt een bepaald soort troost in dat iemand als Prediker eens hardop zegt dat alles vergankelijk is, lucht en leegte is. Gelatenheid is voor hem een deugd. Maar Prediker zegt in dit kleine bijbelboek echter meer. Het is het boek over het fragiele bestaan, waarin de mens zich toch telkens weer mag verheugen, over het goede dat God geeft. Hij komt met verrassende adviezen zoals in het fragment in de koptekst boordevol levenswijsheid en levensaanvaarding. Zo kan zijn boek ook voor moderne mensen een betekenisvolle weg door het vergankelijke leven wijzen.

Annemarie van Wijngaarden en Rob Boersma

primi sui motori con e-max.it
Onze nieuwsbrief >