Barmhartigheid

‘Wees barmhartig zoals jullie vader barmhartig is.’ (Lucas 6: 36)

Barmhartigheid neemt niet alleen in de joods-christelijke traditie, maar ook in andere religieuze en spirituele tradities (toelichting zie onder) een centrale plaats in. In het jodendom is barmhartigheid gefundeerd in de Tora, de 5 boeken van Mozes. Het gevolg is dat barmhartigheid beschouwd wordt in termen van plichten en rechten die tot in details worden uitgewerkt in regels en voorschriften voor het dagelijks leven. Barmhartigheid in het jodendom heeft twee belangrijke aspecten: tsêdakah (doen van gerechtigheid) en gêmieloet chasadiem (doen van daden van liefhebbende vriendschap).  

Bijzonder is dat het Hebreeuwse woord ‘rechem’ en het Arabische woord ‘rahum’ verwant zijn. Zij betekenen niet alleen ‘baarmoeder’ maar ook barmhartigheid: ‘datgene wat nodig is voor ontwikkeling’. Zoals een (toekomstige) moeder in zichzelf en in haar eigen lijf ruimte maakt voor een nieuw ander leven. Haar moederschoot biedt warmte en geborgenheid. Dit lijkt volgens Ds. Marianne Vonkeman, predikant en geestelijk begeleider, op wat God doet met de wereld: ‘Hij maakt ruimte voor een schepping die misschien wel een hele verkeerde kant op kan gaan. Of die niets meer van God wil weten als Hij niet doet wat zij willen. God die de volheid is van leven, maakt ruimte om ook ons een kans op leven te gunnen. Als een moeder maakt de Eeuwige een tijd en ruimte voor ons tijdelijke mensen, een wereld waar we kunnen groeien en ontwikkelen. Dat is wat barmhartigheid betekent. Barmhartigheid is ruimte maken voor iets of iemand anders, in plaats van je hele leven te vullen met jezelf.’

Ds. Kitty Bouwman, voorzitter van het tijdschrift ‘Herademing’ schrijft: ‘Barmhartigheid gebeurt tussen mensen, maar vindt haar oorsprong in God. God reikt, in zijn barmhartigheid, uit tot in de medemens die betrokken is op een weerloos mens’, De gebrokenheid en de wonde, zegt ze, veranderen niet, maar, doordat een medemens mee-lijdt is er verlossing mogelijk. Deze verlossing gebeurt in een gebaar, waarbij de weerloze de ervaring heeft gezien te worden in zijn of haar leed, pijn en ontzetting. Barmhartigheid raakt aan de naam van God: “Ik zal er zijn”. Jezus vertegenwoordigt deze Naam in het evangelie als belichaming van barmhartigheid en geeft ons van Godswege de opdracht: ‘Wees barmhartig zoals jullie vader barmhartig is.’ 

Bijbels gezien is barmhartigheid een beweging van ‘zien’, bewogen worden en in beweging komen naar de ander en waarin, wellicht de vreemde ander, tot naaste wordt. Dit naar aanleiding van de de parabel die Jezus vertelt, omdat een schriftgeleerde hem vraagt wie je naaste is. Het is het verhaal van een Samaritaan, iemand die er verkeerde godsdienstige ideeën op nahield, die langs de weg een gewonde en beroofde man zag liggen (Lucas 10: 25-37) en deze man hielp. Eerder liepen de priester en de leviet (een tempeldienaar) met een grote boog om de zwaar gewonde man heen. Zij stellen de leer boven de actualiteit van het leven: de beroofde en zwaargewonde man helpen. In het centraal stellen van hun normen en regels vergeten zij dat het om de inhoud, om hulp bieden in nood gaat. De strekking van het verhaal is duidelijk: iemand die er verkeerde godsdienstige ideeën op na houdt maar het goede doet, is te verkiezen boven iemand zoals de priester of de leviet die weten wat godsdienstig correct is maar het goede nalaten. Bovendien verricht de Samaritaan zijn goede daad op de weg van Jeruzalem naar Jericho, dus in het land Judea. Hij zal dus een Judeeër, een Jood, geholpen hebben. Het is hiermee ook een mooi voorbeeld van groepsoverschrijdende ethiek.

In Matteüs 25:35-36 worden de volgelingen van Jezus aangespoord tot het heel concreet vorm geven aan zorg voor de naaste in nood: de hongerigen spijzen, de dorstigen laven, de naakten kleden, de vreemdelingen herbergen, de zieken troosten en de gevangenen bezoeken. Deze vormen van zorg, waaraan later ‘de doden begraven ‘ is toegevoegd, zijn in de (katholieke) christelijke traditie bekend geworden als de ‘zeven werken van barmhartigheid’. Maar die traditie ging nog verder en kent ook nog de variant van ‘zeven geestelijke werken van barmhartigheid’: mensen in geestelijke nood bijstaan, onwetenden leren, bedroefden troosten, zondaars vermanen, beledigingen vergeven, onrecht geduldig verdragen, voor levenden en doden bidden. In de middeleeuwen heeft Franciscus van Assisi in zijn leven barmhartigheid gevonden. Franciscus ging de ontmoeting aan met melaatsen: de zieke en kwetsbare mensen, die in zijn tijd buiten de samenleving waren gezet. Sindsdien leerde hij aan zijn broeders: draag de ander in zijn broosheid, zoals je zelf in je broosheid gedragen wil worden. Volgens Franciscus is God de barmhartige. Sociale samenhang ontstaat als we in ons onderling handelen niet meer uitgaan van macht en geldingsdrang, maar van kwetsbaarheid en elkaar nodig hebben.

Barmhartigheid heeft in onze postmoderne en postchristelijke maatschappij vaak een soft imago. Alsof het zou gaan om zachtmoedige liefdadigheid. Niets is minder waar. Barmhartigheid vraagt om een sterk karakter, om doorzettingsvermogen, om protest. Protest tegen de heersende visie dat zorg alleen een marktgericht, zakelijk en functioneel handelen zou zijn, terwijl zorg voor een belangrijk deel ook een medemenselijke betrekking is. Barmhartigheid vraagt om organisatie, samenwerking en inzicht. Organisaties die opkomen voor de zwakkeren in de samenleving, zoals diaconieën, kerk en buurt stichtingen, voedselbanken en de opkomende ‘beweging van barmhartigheid’ moeten soms stevig positie innemen tegen onrechtvaardig handelen van (overheids)instellingen die zich meer terugtrekken onder het mom van de participerende samenleving.

Barmhartigheid is daarnaast ook een levenshouding die geoefend kan worden in het leven van alledag. Door stilte en meditatie, door reflexie, door ontmoeting, door gesprek, door zorg, door te geven en te ontvangen, door gewoon iets te doen. Bij die levenshouding hoort ook, dat je barmhartig leert zijn voor jezelf.

Toelichting bij de eerste alinea

  • In het humanisme wordt barmhartigheid geëerd en beoefend als uiting van diepe menselijkheid.
  • In het wapen van Amsterdam luidt het devies Heldhaftig, Vastberaden én Barmhartig.
  • Voor boeddhisten is barmhartigheid een pad naar verlichting: het inzicht in de veranderlijke aard van de geest en de werkelijkheid. Barmhartigheid is één van de 6 zogenaamde pȃramitȃ’s of deugden, vaak gesymboliseerd door de lotusbloem die staat voor zuiverheid, verlichting, mededogen en barmhartigheid.
  • In de Koran, het islamitische heilige boek, komen maar liefst 99 namen voor God voor. De namen Allah, Rabb en Rahmãn komen het meeste voor. Rahmãn betekent ‘Barmhartige’ of ‘Erbarmer’. Het woord ‘Rahmãn’ of de variant 'Rahĩn' staat aan het begin van 113 van de 114 soera’s of hoofdstukken van de Koran. Hierin worden gelovigen naast het bewandelen van de ‘middenweg’ ook opgeroepen tot het doen van vormen van ‘werken van barmhartigheid’. In de sociale ethiek vormt barmhartigheid (rahmat) de basis voor menselijk mededogen, dat van binnenuit komt. Rechtvaardigheid kan door de samenleving van buitenaf worden opgelegd, door een wetgeving, sociale controle of door een element van berekening.
primi sui motori con e-max.it
Onze nieuwsbrief >