Mededogen

“Toen Hij de scharen zag, werd Hij met ontferming over hen bewogen, daar zij voortgejaagd en afgemat waren, als schapen die geen herder hebben” (Matteüs 9:36).

Jezus had zich teruggetrokken om te bidden. Maar de menigte ontdekte waar Hij zich bevond en volgde Hem lopend. Zij brachten de lammen, de blinden, de stervenden en de bezetenen naar Hem toe. Hij werd toen hij de menigte zag ‘met ontferming bewogen’. In het Grieks staat er ‘“splangnitzomai’ dat preciezer vertaald betekent ‘innerlijk met ontferming bewogen worden’ . Dus met heel zijn binnenste raakt hij in beroering, geroerd. Hij is er beroerd van. Splangnitzomai verwijst naar diepe inwendige bewogenheid, die zich ook lichamelijk laat voelen. De “splangnai” zijn de ingewanden, onze darmen: “wat raakt me zo, dat zelfs mijn lichaam reageert”.

Hier gaat het niet alleen maar om een gevoel. Niet slechts om een gevoel van medelijden. Je reageert lichamelijk op wat in de relatie gebeurt, een beetje zoals de vlinders in je buik als je verliefd bent. Je kunt geen buitenstaander blijven. Hier ben je betrokken op je medemens: je lichaam geeft het aan. We kunnen hier spreken van mededogen of erbarmen in de betekenis van diep beroerd, geroerd worden door het lot van de ander, een solidariteit dus die zich dwingend laat voelen. Volgens sommige auteurs is mededogen de kern van ons mens-zijn. Dan is  “splangnitzomai” verbonden met hoe God in ons werkt, hoe God ons geschapen heeft – de theoloog Karl Rahner spreekt over “scheppingsgenade”.

Vanuit dit mededogen, deze diepe innerlijke ontferming wordt Jezus bewogen tot handelen. Er gebeurt iets! Hij geneest hen. Dit in tegenstelling tot alleen maar het gevoel van medelijden dat passief is. Schrijfster Wytske Versteeg wijst in ’Als ik alleen ben, heb ik dus geen vriend’ erop dat een gevoel van medelijden zelden gevolgd wordt door een poging een ander nabij te zijn, maar dat men omgekeerd juist afstand houdt. Zij beschrijft o.a. de klacht van daklozen dat zij wel hun eigen zwakheden laten zien, maar dat hulpverleners hun zwaktes nooit laten zien.

Jon Sobrino, de Latijns-Amerikaanse bevrijdingstheoloog, stelt in “El principio misericordia” (vrij vertaald “mededogen als structuur”) dat mededogen, niet alleen een persoonlijke voorkeur of een emotie is , maar een ‘grondstructuur van het samenleven’. Hij stelt zich vragen als: Wat betekent het wanneer onze intermenselijke en maatschappelijke verhoudingen vorm krijgen vanuit het mededogen als grondstructuur van de werkelijkheid? Wat  gebeurt er wanneer, in ons samenleven, niet op de eerste plaats ons klagen en onze verlangens die alle aandacht richten op onszelf, maar juist de spontane betrokkenheid op en de zorg om de anderen centraal staan, omdat ze uiteindelijk beter passen bij onze “natuur”, bij wie we zijn? Wanneer we niet onszelf als uitgangspunt nemen maar de verbondenheid met de ander? En aan de andere kant: Wat gebeurt er wanneer niet dat mededogen, maar eigenbelang en koele zakelijkheid in management- en beleidstaal in bedrijven, onderwijs en gezondheidszorg onze verhoudingen bepalen? Hoe ziet ons eigen leven en ons samenleven er dan uit?

Sobrino concludeert dat ‘ook al lijkt mededogen als structuur voor ons omgaan met elkaar misschien niet zo gemakkelijk en vanzelfsprekend, toch is de inspanning tot mededogen waarschijnlijk minder stresserend en uiteindelijk niet zo destructief als wrok, eigenbelang of een op concurrentie gerichte samenleving. Met mededogen werken: wetend van de onvolmaakte werkelijkheid, maar zonder je ideaal te verliezen. Jezus liet het ons zien in zijn preken, in zijn vele parabels en leefde ons zijn ideaal voor: het vestigen van het Koninkrijk van God: een Rijk van gerechtigheid, heelheid en vrede. Dit ideaal van het Koninkrijk van God is voor ons christenen inspiratie om te handelen. Het leidt tot een zorgethiek, waarbij er zorg uitgaat naar de kansloze, achtergestelde en kwetsbare mensen in de maatschappij. Het lijden van mensen wordt serieus genomen en er wordt tegen stelling genomen.

primi sui motori con e-max.it
Onze nieuwsbrief >