Verlangen naar Stilte

In de vorige ‘meditatie ,’Stappen in Stilte’ als inleiding op de zes mediatieavonden stelden we dat ‘het beoefenen van stilte begint met het voelen van verlangen naar stilte of nog verder dan de stilte: het verlangen naar God’. In het ‘gewone’ verlangen willen we iets van buiten zo snel als mogelijk tot ons te nemen. Als het te lang duurt worden we ongeduldig en gaat tenslotte de rek eruit.  Verlangen is lijfelijk en zinnelijk. Verlangen is hongeren en dorsten  naar voldoening en verzadiging (ook letterlijk naar eten, drinken en warmte). Verlangen is geworteld in het willen. Zonder wil geen verlangen. Verlangen is willen: van binnenuit intensief iets of iemand willen, willen hebben en willen sturen. Ik verlang jou, dat jij er bent en doet wat ik wil. Ik verlang met klem en hartstocht iets van jou. Hier zijn we in het gebied van de claims, de eisen.
Wat gebeurt er nu met dit verlangen, deze ook lijfelijke bewegingen van de wil ,wanneer het binnengaat in de stilte? Wanneer  nu het verlangen meegeeft met de stilte, dan wordt het heel dicht bij onszelf gebracht. Zodat we heel langzaam open gaan, ontvankelijk worden.

Kees Waaijman, karmeliet en o.a. wetenschappelijk directeur van het Titus Brandsma Instituut  beschrijft dit  proces heel helder n.a.v. het onderstaand gedicht van Johannes Climacus.  We volgen nu vrijwel letterlijk zijn beschrijving  van een deel van een lezing over ‘verlangen’:

‘Rond 600 schrijft Johannes Climacus, zijn meesterwerk Ladder van de opgang naar God. Langs dertig treden klimt de ziel naar de Gods liefde. Stilte is de elfde sport op deze ladder. Prachtig heeft Johannes Climacus de diamant van de stilte geslepen. Je moet daarbij vooral letten op wat de stilte met het verlangen doet.

Stilte is de moeder van het gebed,
de bevrijding uit de ballingschap,
de vrijwaring van het vuur,
de behoedster van de bedenksels,
de wachtpost tegen de vijand,
de kerker voor ons verdriet,
de vriendin voor onze tranen,
de boetseerder van ons doodsbesef,
de schilderes van de tucht,
de bedrijvige minnares van de onderscheiding,
steun bij onrust,
vijand van de vrijblijvendheid,
gezellin van de rustige adem,
tegenstandster van de drang tot preken,
vroedvrouw van de kennis, boetseerder van de beschouwing.

Wanneer het verlangen de stilte binnengaat, gebeuren er volgens Johannes Climacus vier dingen tegelijk:
Ten eerste, het verlangen wordt bevrijd van zijn vervreemding en aangeprate behoeften. Blind meegeven met onze behoeften, neigingen en begeerten brengt ons ver van huis. We zien dit dagelijks gebeuren in onze consumptiemaatschappij. Stilte bevrijdt uit deze verslaving.
Ten tweede, de stilte wekt het besef van eindigheid in het verlangen en richt de ziel op God. Stilte geeft de ziel een helder beeld van de weg en brengt haar bij de Godskennis en de beschouwing. Stilte is op al deze punten de creatieve vormgeefster, moeder en vroedvrouw van het verlangen.
Ten derde, de stilte beschermt het verlangen. Zij behoedt het voor te vurige gretigheid en te kille bedenksels. Zij verdedigt het tegen destructie en depressiviteit. Zij bestrijdt vrijblijvendheid en prekerigheid.
Ten slotte, de stilte begeleidt het verlangen. Zij is steun en toeverlaat bij onrust. Zij vergezelt de rustige adem. Zij is de vriendin van ons verdriet en de minnares van ons helder inzicht. Zo zien wij wat de stilte met ons verlangen doet, wanneer het zich blootstelt aan haar bevrijdende, scheppende en behoedzame begeleiding’.

 

primi sui motori con e-max.it
Onze nieuwsbrief >