Vrij zijn van de ander

“Christus heeft ons bevrijd opdat wij in vrijheid zouden leven; houd dus stand en laat u niet opnieuw een slavenjuk opleggen.”

(Galaten 5:1)


Martin Buber zegt in het mooie boekje Ich und Du dat de werkelijkheid waarin mensen leven een relationele werkelijkheid is. Buber stelt dat wij ten diepste altijd verbonden zijn in relatie met de (A)ander. Bij echte verbondenheid, vanuit vrijheid tussen twee mensen, is er ruimte voor verschil en dat verschil mag bestaan: dan kunnen zowel ik als de ander zich veilig aan elkaar kenbaar maken. In vrije relaties kan zo uitwisseling ontstaan waarin er veiligheid en vertrouwen is om elkaar te beïnvloeden zonder dat ieder zijn eigenheid verliest en echte ont-moeting kan plaatsvinden. Bij authentieke verbondenheid is afwisselend meer afstand of nabijheid. Deze authentieke verbondenheid kunnen we onderscheiden van onvrije afhankelijke en onrijpe vormen van verbondenheid, waarin wij de ander claimen, aan ons binden of de ander ons claimt en bindt. Wij maken ons bijvoorbeeld afhankelijk van een charismatische leider, een goeroe of volgen de dominee naar al die kerken waar hij (meestal geen zij) preekt, omdat hij het ‘zo mooi vertellen kan’. We maken ons voor onze spirituele vorming afhankelijk van zo’n leider wat niet zelden leidt tot machtsmisbruik. In een meditatief leven, zowel individueel als in een groep, staan we op eigen benen, ontwikkelen we ons geloofsleven met en aan elkaar zonder ons sterk aan de ander te spiegelen. We geven daarin aandacht en tijd aan bezinning, meditatie en gebed.

Ook in hulp en zorgverleningssituaties is vaak sprake van claimgedrag, onvrije gebondenheid: de hulpverlener die lijdt aan het hulpverlenerssyndroom -al of niet met een te groot verantwoordelijkheidsgevoel. Daarbij heeft de hulpverlener de hulpvrager nodig, omdat hij/zij zijn/haar identiteit volledig haalt uit het geven van hulp. De hulpvrager kan de verantwoordelijkheid voor zijn lichamelijke en geestelijke welzijn volledig uit handen geven en hulp ‘eisen’: ‘Je moet mij helpen, en je moet nu helpen, want ik kan het niet.’ Dan word je als hulpverlener of mantelzorger van je vrijheid beroofd. Mensen willen van alles van elkaar, hebben zo hun verlangen en belangen, waar anderen in hun omgeving aan moeten voldoen. Dan is er juist sprake van gébondenheid en ben je met beide handen en voeten gebonden aan de ander en kan je niet meer vrij bewegen.


Moet je elkaar dan niet helpen? Als christenen gaan we ervan uit, dat het lot van de ander ons ter harte gaat. We leren omzien naar de ander en verantwoordelijkheid nemen jegens de ander, de samenleving, de kerk en het milieu. Kick Bras stelt dat ‘meditatief leven in belangrijke mate een vorm van toewijding is, en toewijding brengt verantwoordelijkheid met zich mee’. Meditatie kan maken dat compassie meer ontwikkeld wordt. Maar toewijding en compassie blijven alleen gezond als je jezelf ook kan begrenzen. Dat je inziet dat je de problemen van de ander niet kan oplossen. Dat iemand een hengel geven en helpen vissen betere en respectvollere hulp is dan hem een vis te geven. Dat je verantwoordelijkheden die door een ander uit handen worden gegeven, weer terug kunt leggen bij de betrokkene en hem helpt eigen verantwoordelijkheid te nemen. De ander helpen weer in zijn vrijheid en verantwoordelijkheid, in zijn kracht te zetten maakt beiden vrij van ongezonde bindingen. Bij verbondenheid en verantwoordelijkheid hoort vrijheid. En daarom is de toetssteen voor gezonde verbondenheid altijd de vrijheid van de ander en ‘vrij zijn van de ander’.
Ruard Ganzevoort geeft een verrassende wending aan het ‘vrij zijn van de ander’ wanneer hij zegt, dat echt vrij zijn van de ander gaat over de vraag hoeveel ruimte we kunnen geven aan de ander, juist als die ons in de weg zit, op onze tenen staat, en ons tegen de haren instrijkt. Echt vrij zijn van de ander is niet de gemakzuchtige claim dat wij mogen doen wat we willen, maar de weerbarstige strijd om het van elkaar verschillend zijn te verdragen. Echt vrij zijn van de ander is niet alleen dat we homo’s als gelijkwaardig accepteren, maar ook dat we verdragen dat er mensen zijn die homoseksualiteit zondig en smerig vinden. Echt vrij zijn van de ander is niet alleen dat we zelf mogen weten wat we geloven, maar ook dat we ruimte maken voor wie die vrijheid bedreigend en schadelijk vindt.
“Christus heeft ons bevrijd opdat wij in vrijheid zouden leven; houd dus stand en laat u niet opnieuw een slavenjuk opleggen.” lazen we in de aanhef door Paulus. Vrijheid is dus kwetsbaar. Voor je het weet, ben je gevangen in de verwachtingen van anderen en zijn anderen gevangen in jouw verwachtingen. Daarover gaat het ‘vrij zijn van de ander’.

primi sui motori con e-max.it
Onze nieuwsbrief >