Passie als lijden

Bij de meditatie over ‘Passie als gedrevenheid’ lazen we dat passie ‘hart(stocht) hebben voor iemand of iets is en dat je er desnoods lijden voor over hebt.

In ‘Leidenschaft’, het Duitse woord voor hartstocht, is het lijden verdisconteerd. Als je je passie wilt ontdekken en van daaruit wilt leven, kijk dan ook naar waar je echt iets voor over hebt. Waarvoor ben je bereid om dag in dag uit je in te zetten voor ‘de goede zaak’, om van andere dingen af te zien, sterker nog : om afwijzing en teleurstelling te accepteren, om uitgelachen en voor gek verklaard te worden? Om daarin alleen te staan en niet begrepen te worden? Als je die vragen kunt beantwoorden, dan zegt dat iets over jouw passie.

Lucas heeft het hier ook over als hij schrijft (Luc. 14 vs 25 en 26): ‘Grote drommen mensen trokken achter Jezus aan’. Ze voelden zich geraakt door zijn woorden en daden van bevrijding. Maar daar-bij lijkt Jezus ook te waarschuwen: Denk niet dat je zo maar, uit nieuwsgierigheid of een prettig gevoel er lekker bij te behoren, kan meegaan. Bedenk goed wat je doet. Als je mij volgt, zal dat het nodige van je vragen; je zult veracht en bedreigd worden door de machthebbers, door degenen wier belangen worden geschaad. Er zal een afkeer zijn van mensen die een passie hebben voor gerechtigheid en vrede.

Mensen die lijden aan onrecht dat zij zien, en daar gepassioneerd tegen vechten, zullen het moei-lijk krijgen. Weet wat je doet, zegt Jezus, want deze radicale keuze kost je iets: je eigen familie kan je voor gek verklaren; je kinderen nemen afstand tot je. In het uiterste geval kan het soms zelfs je leven kosten.

De betekenis van het Latijnse woord ‘patior’ (waar het woord passie vandaan komt) : is ‘ondervin-den of lijden ondergaan’. Geduldig volhouden, het lijden opnemen, accepteren ook al is je zelf-verwerkelijking er op het eerste gezicht niet direct mee gediend wordt. Een passie voor vrede stichten, recht doen, hulp bieden, omdat ‘nood’ een deel van ons bestaan uitmaakt. We hoeven de nood van de wereld niet op onze schouders te nemen; dat kan niet. Maar we kunnen wel gepassi-oneerd raken in het vertrouwen dat datgene wat we doen en/of lijden overeenkomt met hoe Jezus ons is voorgegaan; dat dat de goede weg is waar we veel voor over hebben.

Er zijn ook andere voorbeelden: Het is diep ontroerend te lezen hoe Etty Hillesum innerlijk afscheid neemt van alle dierbare men-sen en dingen en geliefde bezigheden, om er alleen maar ‘te zijn’. Te zijn bij de weggevoerde en later omgekomen Joden in het concentratiekamp. Haar eigen lot ziet zij geplaatst in de lange, lan-ge lijn van al het lijden in de geschiedenis. Bij Etty is sprake van em-pathie. Ook in em-pathie, het in- of meevoelen met de ander, zit ‘pathie’ of lijden. Vanuit die empathie met de lijdende ander kon zij toch, ondanks alle verschrikkingen, zeggen dat het leven goed en mooi is: ‘Er is zo een groot vertrouwen in mij. Niet een vertrouwen dat het in het uiterlijke leven altijd goed zal gaan, maar een vertrouwen dat ik, óók wanneer het slecht gaat, dit leven nog aanvaard en goed vind.’ Toch gaat het bij Etty niet om berusting.

Bij Dorothee Sölle zien we dezelfde passie wanneer zij over het lijden spreekt. Tot op zekere hoog-te zal er een acceptatie van lijden moeten zijn, juist om het onrecht uit de wereld te helpen. ‘Het is paradoxaal maar waar, dat de onvoorwaardelijke liefde voor de werkelijkheid de hartstochtelijke wens om die werkelijkheid te veranderen niet in het minst ontkracht… Mystiek gesproken kan de liefde zich de waanzinnigste wensen veroorloven - zij kan erom bidden en zij kan eraan werken – juist omdat zij het bestaan van God niet afhankelijk maakt van vervulling van wensen….Het is de concentratie op de zaak….die de aanpassing aan het lijden verlicht en vanzelfsprekend maakt.’

primi sui motori con e-max.it
Onze nieuwsbrief >